Posts tonen met het label Nummer 23. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nummer 23. Alle posts tonen

dinsdag 29 november 2011

Buiten Dienst 23 downloaden

gaat via hier (pdf).

Edito

Woensdag 16 november, 21.30u. Drie kwart van de gevangenen werpen zich in een opstand in de gevangenis van Andenne. Ze vernielen alles op hun doorgang. De hele verwarmings-infrastructuur en een deel van het elektriciteitscircuit wordt buiten dienst gezet. Het gevangenismeubilair barst uit zijn voegen, een cipiersbureau in brand gestoken, gebroken ruiten, zelfs een deel van de vloer wordt uitgekapt. Sinds een tijd heerst er een spanning in Andenne: binnenplaatsbezetting onder de kreten “Bevrijd de gevangenen!” en barricade van een vleugel midden september, gijzelneming van twee cipiers midden oktober. Deze keer begint de opstand na de aankondiging van de afschaffing van het bidmoment wanneer de cellen open zijn op de sectie. Nochtans zullen veel niet-gelovigen ook deelnemen aan de opstand. De cipiers hadden een voorwendsel nodig op het opencel-regime te kunnen afschaffen, een eis die naast vele anderen die vragen om meer macht en meer repressie. Sinds de opstand is iedereen opgesloten op cel, zonder douche, noch activiteiten, noch bezoek, minimumdienst van de cipiers, voor onbepaalde tijd. De krachtsverhoudingen die elk moment langs de twee kanten van de tralies meespelen, heeft deze keer een mooi antwoord gekregen van een deel van de opgesloten opruiers. Ook al herkennen we ons niet in een deel van de aanleidingen voor de opstand - want bidden zal ons niet vrijmaken -, herkennen we ons des te meer in het verlangen om die kooien te vernielen en alle gevangenissen in de lucht te blazen.

Luik - Nog een jonge overvaller doodgeschoten door een juwelier

Wat is de kleur van geld? Rood, bloedrood!

Jordy Kasavubu was 18 jaar oud. Hij is dood. Vermoord door een juwelier tijdens een poging tot overval in Luik. Toen Jordy en zijn medeplichtige de juwelier benaderden die voor zijn villa stond, trok die een pistool en loste vijf schoten. Jordy werd dodelijk getroffen, zijn medeplichtige raakte gewond en werd later opgepakt en opgesloten. Het lichaam van Jordy was nog niet koud of de eerste politiekers, belangenverdedigers van handelaars, juweliers en ondernemers namen de verdediging op van de juwelier. Ze eisten wat ze reeds hebben: het recht om te doden om hun eigendom te verdedigen tegen armen die proberen hen een stukje van de taart te ontrukken.

"Jordy heeft het spel gespeeld en hij heeft verloren" zullen velen misschien zeggen. Alleen is het helemaal geen spel en is er niemand die het speelt voor het loutere plezier van het spelen. Om te overleven in deze wereld, heb je geld nodig. Een klein deeltje van de bevolking heeft er bergen van, een ander deel, het grootste deel, heeft er te weinig of geen. Dat is de oorsprong van een conflict dat nooit zal kalmeren, een conflict waar bloed vloeit. Waar het geld haar ware kleur krijgt: rood. En het bloed dat er vergoten wordt, is bijna altijd van dezelfde kant: het is het bloed van de verdoemden, de uitgeslotenen, de wezen van deze wereld, en niet dat van de rijken.

Laten we daar nog een ander, misschien minder zichtbaar, aspect van hetzelfde conflict aan toevoegen: allen die vermorzeld worden door het economische systeem. Die de verliezers zijn in de eeuwige race naar werk, naar geld, naar de beurskoersen. Duizenden en duizenden mensen raken depressief, maken een einde aan hun leven, worden hondsdol omwille van de economie. Duizenden en duizenden worden verminkt tijdens arbeidsongevallen, worden vergiftigd door de toxiciteit van de fabrieken, worden ziek door ondraagbare omstandigheden. De economie staat werkelijk aan de wieg van het grootste kerkhof van de wereld.

Wij, die strijden voor een wereld zonder geld, zonder verhoudingen van concurrentie en commercie tussen de mensen, zonder uitbuiting, denken dat de algemene onteigening noodzakelijk is: met andere woorden, dat wij, uitgeslotenen, uitgebuiten, verworpenen, met geweld ons de rijkdommen van de wereld, de onmisbare middelen om te leven toe-eigenen. En niet alleen maar morgen, wanneer misschien een nieuwe horizon van vrijheid daagt op de ruïnes van de huidige wereld, maar ook vandaag. Wat kruimels verdienen in ruil voor een job die we haten en ons doet walgen; op de knieën vallen om wat aalmoezen van de Staat te krijgen; met de neusknijper op in het systeem stappen en anderen beginnen uitbuiten om onszelf te verrijken; in naam van het werk het leven zelf uitstellen tot een overmorgen die nooit komen zal - dát is wat wij weigeren, daarom zeggen wij dat de onteigening noodzakelijk is, hier en nu.

Om terug te keren naar Luik... we hebben kunnen zien dat de dood van Jordy niet een zoveelste berichtje in de kranten is gebleven, de kranten die op hem gespuwd hebben net zoals ze altijd op allen spuwen die de gehoorzaamheid, de berusting en de aanvaarding van de stand van zaken tarten. Na de begrafenis van Jordy doken tientallen kleine groepjes relschoppers op in het centrum van Luik en vernielden alles op hun weg: winkels, een winkelgalerij, de symbolen van de stad Luik, uitstalramen, de wagens van degenen die dachten om hun zaterdagavond in de beschermde bubbel van één of ander bourgeoisrestaurant of fancy bar in het stadscentrum te kunnen doorbrengen. De doortocht van deze relschoppers heeft eens te meer duidelijk gemaakt dat er in het conflict dat deze wereld verdeelt degenen zijn die de huidige stand van zaken verdedigen en degenen die het willen vernietigen; degenen die het ondergaan, en degenen die in opstand komen.

Kroniek nummer 23

Rellen in Luik, elders vuurtjes aangestoken – Zoals we reeds verhaalden in het artikel op de voorpagina, werd het centrum van Luik dus wat dooreengeschud door rellen na de moord op de jonge overvaller Jordy. Zoals goed geweten is, werken brandstichtingen tegen wagens en voertuigen (bij voorkeur luxe-wagens of bedrijfsvoertuigen, uiteraard) als fakkel van revolte voor revolterenden elders. Zowel in Antwerpen als in Ghlin, voegden een aantal rebellen de daad bij de mogelijkheid en staken de nacht zelfs van de rellen in Luik enkele voertuigen in brand. En in Mons vielen brandstichters een school aan door brandende vuilnisbakken tegen het ventilatiesysteem te duwen. Het vuur deed vervolgens de rest; de technische lokalen van de school werden vernield. Hetzelfde de dag daarop, toen brand werd gesticht aan de technische installatie van het Staatslyceum van Beauvechain.

In Tunesië laat de opstand zich niet verstikken...

Tunesië. Na de val van het regime van Ben Ali werd alles in het werk gesteld om de orde te herstellen. Of beter, om de komst van de nieuwe orde voor te bereiden. In plaats van te leven onder het juk van een dictatoriale overheersing, worden de massa's uitgebuiten en armen in Tunesië nu uitgenodigd om zich braafjes te plooien naar een democratische overheersing. De laatste maanden kende Tunesië een grootse boost van veiligheidsmaatregelen om de 'overgang' naar het post-Ben Ali tijdperk te verzekeren, maar het was ook het toneel van regelmatige rellen met de ordetroepen, stakingen in de industriebekkens, de administratie, het onderwijs en aanvallen tegen de instellingen van de macht.

Laten we bijvoorbeeld oprakelen wat er op 24 september 2011 gebeurd is in Kasserine. Een enorme politiemacht viel de volkswijken van de stad binnen, om de oproerige buurten te "pacificeren" waar de geest van rebellie en openlijke revolte tegen de macht nog steeds levendig is. De komst van de politie werd verwelkomd met rellen in de straat. De regering sprak van "jonge relschoppers, die misschien betaald worden door reactionaire krachten, ofwel simpelweg delinquenten". Alle regeringen weten slechts te liegen wanneer hun macht in vraag wordt gesteld. Want voor de machtigen is het ondenkbaar dat mensen tegen de macht op zich in opstand komen, tegen de uitbuiting op zich. Zoals Gannouchi, de chef van de Tunesische islamistische partij Ennahda, verklaarde: "De revolutie werd niet gevoerd tegen de staat, maar tegen een regime." Wel, alles lijkt erop te wijzen dat zo'n uitspraak een flagrante leugen is en dat velen in Tunesië niet bereid zijn om een eenvoudige opsmukking van de overheersing te aanvaarden. Dat er mensen zijn die gewoonweg de vrijheid willen, de oorlogskreet van de Tunesische opstand, en die vaststellen dat de huidige overgang niet de vrijheid is, maar in feite gewoon een ander regime, gewoon een andere vorm van macht, gewoon weer politiek. Daarmee willen we niet gezegd hebben dat wij denken dat allen die vandaag nog op straat komen, een duidelijk en helder idee hebben over wat die vrijheid dan in positieve zin zou betekenen. Maar de vrijheid zal lichaam en ziel krijgen in de noodzakelijke negatie van elke vorm van oplegging, van regime, van macht. Wanneer de revolte haar weg baant, strekt de vrijheid haar vleugels uit.

Op 28 oktober, de dag van de verkiezingen in Tunesië, het befaamde begin van een nieuw tijdperk, haalde de islamistische partij Ennahda een relatieve overwinning binnen. Bij de bekendmaking van de overwinning van deze reactionaire politieke stroming, kwamen duizenden mensen op straat in de haard van de opstand, in Sidi Bouzid. Niet alleen hebben ze met het brandgebaar duidelijk gemaakt wat ze van Ennahda vinden (hun lokaal werd platgebrand), maar trokken er ook op uit zoals ze tijdens de opstand tegen Ben Ali gedaan hebben, om de instellingen van de macht aan te vallen: de rechtbank in brand gestoken, de archieven van de gerechtsdeurwaarders in rook op, vele politiekantoren en een kazerne van de gendarmerie vernield, een jobcentrum verwoest, enkele winkels geplunderd en vernield,... De dag daarop kondigt de regering de staat van beleg af om de revolte in de kiem te smoren. Ze beweert uiteraard dat de revolte werd aangestookt door de "contra-revolutie". Maar de staat van beleg verhinderde niet dat de revolte zich verspreidde naar andere steden en dorpen (zoals Meknassi, Menzel Bouzayene, Regueb, Bir Lahfey en Mazouna), waar eveneens de lokalen en opslagplaatsen van Ennahda in brand werden gestoken, instellingen werden aangevallen enzovoort. Daarbovenop komt nog dat het economische en administratieve leven in Sidi Bouzid dagenlang stilgelegd werd door een grote algemene staking.

Dus: hechten we geloof aan de woorden van de Tunesische regering die loyaal nagepraat wordt door de Westerse media en beweert dat deze rellen georchestreerd werden door voormalige ben-allisten of door de partij "Volkspetitie" van de miljonair Hechmi Haamdi die in Londen woont en waarvan meerdere lijsten tijdens de verkiezingen ongeldig werden verklaard? Of willen we eerder een beetje luisteren naar onze harten en ons eigen verstand om te proberen begrijpen hoe de opstand in Tunesië probeert om zich een weg te banen, om verder te zetten, ondanks en tegen de democratische of islamistische overgang, en te gaan in de richting van de vrijheid? Wat ons betreft: wij zouden het idioot vinden om als papegaaien na te zeggen wat de Tunesische autoriteiten beweren, en wij kiezen regelrecht de kant van degenen die blijven doorvechten tegen de macht, voor de vrijheid. De Arabische Lente is niet voorbij, misschien is ze nog maar net begonnen.

Wat kunnen ons al die opstanden waarover we niets weten schelen?

Het is waar dat goede informatie over wat er aan de andere kant van de wereld aan het gebeuren is interessant kan zijn, zeker omdat we weten dat de officiële kranten elke dag vol leugens en democratische propaganda staan. Maar het is ook waar dat het onmogelijk is om de dingen weer te geven, exact zoals ze zijn. Het is zeker de moeite waard om dieper op zoek te gaan naar wat er aan het gebeuren is, maar het is evenzeer de moeite waard om enkele dingen aan te raken die ons belangrijk lijken, als aanzet om het over onze ideeën te hebben. Niet als journalisten dus, maar als mensen in strijd die de kwestie van de opstand in de Arabische landen in hun eigen schoot werpen. Als een constante poging om onze strijd voor vrijheid hier te verbinden met de strijd voor vrijheid daar. Omdat de opstandelingen ginds ons moed geven en inspireren om verder te gaan, omdat hun strijd onze eigen horizon verruimt en onze ideeën verdiept. Omdat het ons gelukkig maakt, wanneer we vernemen dat regeringen verjaagd worden en hun gebouwen vernietigd. Niet omdat we de kreten van vrijheid van anderen willen consumeren via het internet, maar omdat wij ons intiem verbonden voelen met elke opstandige daad tegen autoriteit en voor vrijheid.

Risico’s en vertrouwen
“Mijn bloed, mijn ziel, voor jou zal ik sterven.”

Het is onmogelijk om te strijden zonder risico’s te nemen. En wat als je beste vriendin, strijdkameradin, je broer of buurvrouw gedood wordt, tijdens een straatprotest, omdat ze te hartstochtig aan het strijden was, aan het strijden voor de vrijheid? In Syrië worden bovenstaande verzen opgedragen tijdens de begrafenis. Net als in de andere landen worden ook ginds de tranen om de dood van een kameraad die valt gesmeden tot nog vastberadenere vuisten… We kunnen ons afvragen of ook wij in staat zijn om recht te blijven staan wanneer wij slagen krijgen. Of ook wij in staat zijn om vastberadener te worden doorheen de tegenslagen van het leven in strijd. In plaats van te denken dat we door te strijden onze vrijheid zullen verliezen, lijkt het ons eerder dat wij alleen door te strijden de vrijheid kunnen winnen.
En evenzeer als het onmogelijk is om te strijden zonder risico’s te nemen, is het onmogelijk om te strijden zonder te vertrouwen in jezelf en in diegenen die naast je staan. Als je in een dictatuur woont, moet het vertrouwen onder strijdmakkers diep gaan, zo diep dat de oren van de geheime dienst er geen toegang tot hebben. Maar wat is het verschil eigenlijk, tussen zij die werken voor de geheime dienst om voordelen en levensgemakken te verkrijgen, en de verklikkers hier die klaar staan om het vel van hun medeplichtigen te verkopen in ruil voor hun eigen rust, in ruil voor geld, voor drugs, voor een vrijlating? Of de brave burgers die altijd klaar staan om de politie te bellen, om anderen te veroordelen, om zichzelf voor een gevangenis te werpen om deze te verdedigen als het even moet. Als wij ertoe willen komen om te strijden voor een andere wereld en tegen ieder die ons onderdrukt, moeten wij komaf maken met de permissiviteit tegenover deze maatschappelijke tendens van iedereen die iedereen verklikt.

Vrijheid en autonomie


Net als wij ons moeten ontdoen van alle leiders. In de strijd voor de vrijheid verliezen wij onze vrijheid alweer wanneer wij gaan luisteren naar eender welke chef die ons zegt te stoppen met nadenken en ons vertelt wat wij moeten doen en hoe wij het moeten doen. We kunnen het waarnemen in Libië, in Egypte, in Tunesië, maar net zozeer vernemen we dat de opstandige wind ginds nog lang niet uitgeraasd is. Dat mensen ook weer tegen de nieuwe leiders in opstand aan het komen zijn. De strijd voor de vrijheid gaat door en ons lijkt het bijzonder belangrijk om hierover te praten, omdat ook wij een strijd voeren voor de vrijheid, en tegen alle politiek en leiders.
Als opstandige anarchisten verkiezen wij de zelforganisatie en autonomie van groepjes kameraden die zich onderling coördineren boven elke politieke poging om de strijd te verenigen onder één programma. Wij willen niet de mensen oproepen om achter ons te lopen en te doen wat wij van hen verlangen, maar willen ieder aanmoedigen om zichzelf te organiseren met diegenen waar hij zich het dichtst bij voelt. Op die manier kunnen wij elkaar versterken en toch onszelf blijven, kunnen wij samenkomen wanneer wij dat nodig achten, maar kunnen wij ook weer scheiden van elkaar wanneer wij dat verlangen. Op die manier kunnen wij leren om onafhankelijk in de strijd te staan en onze eigen offensieve praktijk te ontwikkelen. Wanneer de opstand elke dag plaatsvindt, en groeit omdat wij voor haar kiezen, zullen wij wanneer wij omringd zijn door duizenden geen massa zijn, maar individuen sterk genoeg en in staat om samen de hemel te bestormen.

Voor de vernietiging van alle kooien

Wanneer iedereen aan het janken is, en blijft twijfelen over de zin van de strijd voor de vrijheid, zijn in andere landen de tranen om de dood vermengd met de vuisten van de strijdbaarheid. En hier zeggen wij: hoeveel mensen moeten er nog op straat belanden? Hoeveel daklozen moeten er deze winter weer sterven van de koude? Hoeveel overvallers moeten er nog afgemaakt worden? Hoeveel uren nog opgeofferd aan een debiele job? Hoeveel maanden nog achter tralies? Hoeveel jaren nog leven met iemand die je slaat en terroriseert? Hoeveel seconden per dag nog doorbrengen in depressie? Hoe lang nog, onszelf troosten met uren televisie, met liters bier, met het kopen van glanzende rommel? Hoe lang al weten wij wel niet, dat deze maatschappij ons niets te bieden heeft? Laat ons nu dan eens eindelijk breken met deze getraumatiseerde manier om in het leven te staan. Er zullen altijd wonden overblijven om nog maar eens te likken, maar het leven biedt ons meer dan onze problemen en geklaag. Laat ons dapper zijn, strijdlustig en vastberaden. Laat ons de ketens van angst losrukken en de vrijheid vol vertrouwen durven aankijken, in haar schone en uitdagende ogen.

En laat ons niet strijden voor een beter leven, voor een aangenamere kooi. Maar strijden voor niets minder dan een vrij leven, voor de vernietiging van alle kooien.

Berichten uit Syrië

Betogingen - In vele Syrische steden volgen de wekelijkse betogingen elkaar sinds 15 maart op. Telkens brengen ze duizenden mensen op straat. Bijna altijd volgen er confrontaties met het leger. Tijdens de aan de gang zijnde revolte, werden reeds meer dan 3000 tegenstanders van het regime vermoord door het leger en de ordetroepen van het regime van Assad. Meermaals mondden de betogingen uit op het in brand steken van officiële gebouwen, kantoren van de machtspartij Baath, commerciële eigendommen van het regime en politiekantoren zoals in Hama, Deera, Banias en Homs.

Volharding - De begrafenissen van de vermoorde tegenstanders zijn niet alleen maar momenten van rouw, maar ook sterke momenten van revolte. De tranen gaan samen met gesloten vuisten; telkens en ondanks de bloedige repressie wordt de onwrikbare wil om verder te strijden bevestigd met kreten als "Wij willen de vrijheid", "Het volk wil de val van het regime" en "Wij gaan Assad ophangen".

Gewapende weerstand - Sinds het begin van de revolte in Syrië (en ook reeds in de jaren daarvoor trouwens), voeren kleine gewapende groeperingen gewapende acties uit tegen het regime en de ordetroepen. Daarbij werden in de loop van de voorbije maanden meerdere kopstukken van het regime, gekende folteraars en directe verantwoordelijken van de repressie gedood. De laatste weken lijkt de gewapende weerstand zich gevoelig uit te breiden. Alsmaar meer deserteurs van het leger scharen zich aan de zijde van de opstand. De gewapende acties zijn vooral gericht tegen de officieren van het leger en de militaire structuren, zoals blokkadeposten en opslagdepots. Op 16 november vond er een grootschalige aanval met mortieren en bazooka's plaats tegen de gebouwen van de Syrische veiligheidsdienst in Damas. De gebouwen werden volledig verwoest, een poging tot bevrijding van honderden gevangenen die in gebouwen daar vlakbij vastgehouden worden, kon jammer genoeg verijdeld worden.

Huurlingen - Het Syrische regime doet al maandenlang beroep op Iran en de islamistische organisatie Hezbollah (vooral actief in buurland Libanon) om huurlingen te leveren die bereid zijn om te schieten op de betogers. Tientallen militanten van Hezbollah en van de elite-gardes van Iran staken onder het welwillende oog van de douanes de grenzen over om het regime van Assad te dienen en te verdedigen tegen de opstand. Dat is des te ironischer daar Assad niet ophoudt met te beweren dat de revolte aangestookt wordt door islamisten. Het is trouwens niet zelden dat er op betogingen slogans gescandeerd worden zoals "Noch Broeders, noch Salafisten" (de "Broeders" verwijzen naar de organisatie van de Moslimbroeders die het nu in Egypte op een akkoordje gegooid hebben met de legerleiding die opnieuw op betogers, stakers en rebellen laat schieten).

De contra-revolutie van “stabiliteit” en “orde”

De tegenkrachten reorganiseren zich in Egypte

Meteen nadat de aanhoudende opstand in Egypte president Moebarak op de knieën had gedwongen, nam het leger de macht over. De facto betekent dat dat dezelfde generaals die onder Moebarak dienden, nu het land nog altijd op slot houden. Tijdens confrontaties tussen betogers en ordetroepen zijn de laatste maanden tientallen doden gevallen en duizenden gewonden. 14 000 mensen zijn ondertussen al berecht voor militaire rechtbanken. Het militair leiderschap heeft een overkoepelende organisatie opgericht om de controle over de media te behouden. Via diezelfde media test ze een politiek van verdeel en heers uit door propaganda te voeren tegen koptische betogers. Natuurlijk zijn de machtsverhoudingen verschoven in het post-Moebarak tijdperk. De militairen beseffen dan ook dat ze de Moslimbroeders en de salafisten best te vriend houden (ze reageren niet op het salafistische geweld). De voorstellen voor wijzigingen aan de grondwet hielden dan ook rekening met hun belangen (na eerst aan hun eigen belangen te hebben gedacht). Waarop de Moslimbroeders de beslissende stemmen leverden voor het referendum en de nodige legitimiteit voor de militaire leiders. Dit alles wordt verantwoord door de nood om “stabiliteit en orde” te brengen. Een eis waar ook de hogere klasse zich kan achter scharen omwille van hun economische belangen (oproer is maar zelden goed voor de zaken). Maar ook de politieke kaste die nauwelijks greep hadden op de opstand (en dat verontrust politiekers altijd) en waarvan sommigen nog altijd vrezen de rekening gepresenteerd te krijgen voor hun rol in het oude regime. En deels ook de Moslimbroeders die er op rekenen die orde zelf snel in handen te krijgen. De opstandelingen die er bij waren vanaf de eerste dagen, betalen de prijs.

Dat de legertop de contra-revolutie leidt, is niet zo verbazend. Het leger heeft zich tijdens de opstand min of meer afzijdig gehouden. Het leger in Egypte bestaat uit dienstplichtigen uit de gehele bevolking. De legertop en het regime konden dus niet spelen op de loyauteit aan een etnie of stam (zoals in Libië) om de macht te beschermen tegen de protesten. Een openlijke en publieke interventie van het leger, had waarschijnlijk geleid tot het uiteenvallen van dat leger. De officiële positie van de militairen was dus 'neutraal'. Die 'neutraliteit' betekende ook dat toen Moebarak aanhangers het Tahrirplein bestormden, het leger gewoon toekeek (op enkele uitzonderingen na). Dezelfde 'neutraliteit' waarmee ze de tanks de straten opstuurde om het uitgaansverbod op te leggen. Het is dan ook cynisch dat het militaire leiderschap zich nu de “beschermers van de revolutie noemen”.

Egypte in de vuurlinie

De hartslag van de opstand klopt nog altijd

Het ritme van de opstand was niet stilgevallen met het vertrek van Moebarak. De straten van Caïro zijn overwoekerd door tags. Groepen en individuen bleven strijdbaar. Betogingen liepen uit op confrontaties. Betogingen tegen het ministerie van Binnenlandse Zaken, tegen de Hoge Raad van de Strijdkrachten, tegen de media gecontroleerd door de staat. Verschillende politiecommissariaten werden aangevallen, om ze te verwoesten en/of gevangenen te bevrijden. Stakingen in de industriële en vrijhandelszones. En nu in de aanloop naar de eerste verkiezingen, breekt het oproer weer uit. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en haar ordetroepen spelen hetzelfde smerige rolletje als onder het oude regime. De nieuwe militaire junta lijkt verdacht veel op de oude. In verschillende steden zijn er sinds zaterdag weer betogingen en rellen. De politie en een legereenheid proberen het Tahrir plein in Caïro te ontruimen, maar de gevechten op en rond het plein gaan verder. Er zijn tientallen doden en duizenden gewonden. 10 maanden na het begin van de opstand die Moebarak verdreef, blijft de strijd levend.

Zoals tijdens de opstand begin dit jaar, staan de voetbalfans van de twee grootste clubs van de hoofdstad vooraan op de barricade. Voor 2011 waren zij diegenen met de meeste ervaring in straatgevechten met de flikken. Begin september waren zij ook verantwoordelijk voor de aanval op de Israëlische ambassade. De dag voordien was de politie brutaal opgetreden na een voetbalwedstrijd. Daarna zijn de ultra's de straten opgetrokken om de politie aan te vallen, die laatsten hielden zich wijselijk verborgen. Daarop is het ministerie van Binnenlandse Zaken aangevallen en de Israëlische ambassade (wat op dat moment de legertop niet slecht uitkwam omdat het de aandacht van de binnenlandse situatie weghaalde).

ALGERIJE – Rellen in Hadjadj na de dood van 4 harraga's in de Middellandse Zee

Na de dood van 4 jonge dorpelingen, die probeerden de overtocht te maken naar Spanje, braken er rellen uit in Hadjadj, een kleine stad in de regio Mostaganem in Algerije. De mensen eisten een snelle repatriatie van de lichamen en waren kwaad omdat hun leven en toekomst geblokkeerd wordt. De vrienden van de overledenen zijn bij hun aankomst in Spanje in detentiekampen gestoken. Tijdens de rellen in Hadjadj is het gemeentehuis, en een wachtpost in brand gestoken. Het doet ons deugd te horen dat er geantwoord word op deze verdronken mensen, en niet zoals zo vaak gezien wordt als een normale gang van zaken. Sinds het begin van dit jaar zijn er al meer dan 2000 doden gevallen in de Middellands Zee.

Obstakels voor de vrijheid

In Esneux nabij Luik wordt er een jongen van 18 vermoord door één van de 5 kogels die de klootzak/juwelier Jean-Claude Bens op hem afvuurt tijdens een mislukte overval. Zijn lichaam is nog niet koud, zijn kompaan ligt nog in het ziekenhuis en Christine Mattheeuws van de neutrale vakbond voor onafhankelijken (SNI) staat al weer te schreeuwen voor onder andere meer juridische vervolgingen. Dit terwijl de juwelierszoon in de pers verklaart dat overvallers een risico nemen, want dat men het geld en de winkel waarvoor men gewerkt heeft zal verdedigen. Om het plaatje te vervolledigen is er nog de modale burger die dit allemaal goedkeurt. Intussen moest Hassan Nassiri voor de rechter verschijnen, de jongen wiens medeplichtige vorig jaar werd neergeknald door nog zo’n klootzak/juwelier, Olivet uit Tubize, en de procureur eist maar liefst 7 jaar voor hem!
De bescherming van eigendom en koopwaar neemt steeds hallucinantere vormen aan. De preventiediensten van gemeentes (bijvoorbeeld Sint-Gillis) delen premies uit aan zij die hun huizen willen uitrusten met allerlei technologische middelen tegen inbraak. Dankzij het lobbywerk van de verenigingen van de middenstand (zoals Unizo in Vlaanderen, UMC en Comeos in Brussel en Wallonië) voorziet de staat in subsidies voor supermarkten die hun interieur willen opfleuren met een cameranetwerk. In Luik stimuleren winkeliersverenigingen de winkeliers om informatie over verdachte mensen aan de flikken door te geven. Tegelijkertijd beklaagt Isabelle Morgante (UMC) zich erover hoe weinig winkeliers er weten dat zij een knop kunnen installeren die wanneer ingeduwd ervoor zorgt dat de politie kan meeluisteren met alles wat er gebeurt, en heeft de politie van Brussel vanaf nu permanent toegang tot de camera’s die binnen in de winkels van de Nieuwstraat hangen.
In een wereld waar we tot slaven gemaakt, gestraft, gevangen gezet en vermoord worden omwille van strontgeld, is het hoog tijd voor een strijd waarin we ons ontdoen van alles wat rijk is, en van alles wat arm is. In tijden van economische crisis zal de criminaliteit enkel blijven toenemen. Wij zullen voortgaan met onze strijd voor een wereld zonder geld, alle kapitalistische verenigingen ten spijt.

Voorbij de muren

In de gevangenis van Turnhout zijn enkele tientallen gevangenen op het dak gekropen om te protesteren nadat de cipiers een bezoek hadden geweigerd aan een gevangene. De politie kwam massaal ter plaatse om een einde te maken aan de onrust, die toch wel enkele uurtjes geduurd heeft. De politie beweert dat ze geen gebruik heeft gemaakt van dwang om de gevangenen naar beneden te krijgen. De gevangene wiens bezoek geweigerd werd, werd in isolatie geplaatst.
In de gevangenis van Merksplas zijn niet minder dan vier gevangenen er de voorbije maand in geslaagd om weg te lopen, op verschillende momenten. Terwijl de eerste drie simpelweg over de muur van de wandeling geklauterd zijn, zaagde de laatste de tralies van zijn cel door en ontsnapte vroeg in de ochtend uit die ranzige plek. De spanningen tussen gevangenen en cipiers/directie lijken op te lopen in Merksplas, zoals de laatste afranseling van een cipier door gevangenen aantoont.
Ontsnappingen, rellen, opstanden, weigeringen, solidariteit en een onwrikbare en oncorrumpeerbare verlangen naar vrijheid – ziedaar de wapens waarover de rebelse gevangenen beschikken om te vechten tegen de bak.

Huye, hombre, huye (van Xosé Tarrío)

“In elk geval, eender welke poging woog door op langzaam weg te rotten in een cel, met de armen gekruist. Ik verkoos de mogelijkheid van een salvo van een machinepistool boven de gevangenis. De echte waarde van het leven bestond er niet in om het ten alle prijzen te bewaren, maar eerder in het te riskeren al zoekende naar iets beters, een authentieke vrijheid die me de mogelijkheid zou bieden om mezelf volledig te realiseren. Het leven bevond zich buiten deze muren.”

Huye, hombre, huye is het autobiografische relaas van José Tarrío González (1968-2005), een relaas dat zich bijna uitsluitend binnen de muren van de Spaanse gevangenissen afspeelt. Net als vele anderen van zijn afkomst en generatie belandt José als tiener in de gevangenis voor een eigendomsdelict. Binnen de muren stapelen zijn veroordelingen zich op; moord op een medegevangene, rebellie en een eindeloze reeks ontsnappingspogingen. Hij wordt van gevangenis naar gevangenis gesleept, leeft al die jaren in isolatie, maar zijn strijdlust, ethiek en vrijheidsdrang krijgen ze niet gekalmeerd. Ook niet wanneer ze hem samen met andere rebelse gevangenen in de afschrikwekkende FIES-module wegsteken. Deze isolatiemodule werd gecreëerd omdat de Spaanse gevangenissen in deze periode geteisterd werden door opstanden, ontsnappingen, gijzelingen, strijd voor betere omstandigheden en vrijheid. Het boek getuigt van een vastberaden dapperheid en heldere intelligentie, van iemand die met zijn neus op de muren gedrukt nog steeds in staat blijft om zichzelf te blijven, en om relaties van intieme kameraadschap en solidariteit in leven te houden.

310p., verkrijgbaar in anarchistische bibliotheek Acrata, 4 euro

Twee meisjes lopen hand in hand

Een zaterdagochtend in een levendige wijk naast het Zuidstation. Twee meisjes lopen hand in hand. Niets uitzonderlijk, je zou zelf kunnen zeggen dat het deel uitmaakt van het straatbeeld. Die dag worden ze nochtans gewelddadig aangevallen. Een paar vuistslagen, een gebroken neus, bebloed gezicht, verschillende blauwe plekken. De aanvaller zegt niets, neemt geen gevallen handtassen mee, hij loopt rustig weg zoals hij gekomen is. Het is zijn wijk, hij doet wat hij wil en terwijl het plein volzit met mensen, reageert niemand.
Verschillende versies circuleren. Zou het gaan om iemand die niet wilde aanvaarden dat de meisjes hand in hand rondliepen, dat ze elkaar misschien graag zien, dat ze hun liefde niet willen verbergen? Zou het gaan om iemand die daar niet teveel problemen mee heeft, maar die hen daarentegen wilde versieren en geen weigering aanvaardde? We zullen het niet weten, we zijn geen onderzoekers noch rechters. Uiteindelijk zouden we kunnen zeggen dat klootzakken altijd zullen bestaan. Dat het er niet om gaat om op te roepen voor meer flikken op straat, om zelfs helemaal geen beroep op hen te doen, maar om de zelfverdediging tegenover aanvallen op je integriteit in handen te nemen - ook al weten we dat dit de kwestie niet fundamenteel aanpakt. Het probleem voor mij is niet alleen die klootzak, maar de afwezigheid van reactie van alle andere mensen in de buurt. Alsof het ook zonder teveel gedoe deel kan uitmaken van de menselijke verhoudingen.
Diegenen die van het incident gebruik maakten om op te roepen tot meer repressie en de stigmatisering van een deel van de bevolking zullen in ons geen medeplichtigen vinden. Het lijkt me daarentegen wel belangrijk om erover te praten, van persoon tot persoon.
Het gebeurde eind augustus, in de Stalingrad-wijk. Die wijk heeft een symbolische waarde voor mij. Tijdens de hele zomer werden er open assemblees gehouden in de straat, rond de kwestie van mensen zonder papieren en gesloten centra. Heel wat vormen van onderdrukking kwamen aan bod en gedurende verschillende maanden hadden we elke avond afspraak om te praten over collectieve en individuele manieren om zich te verzetten, om te vechten. Er gebeurde iets magisch, we kwamen samen onder mensen met papieren, mensen zonder papieren, mannen, vrouwen, europeanen, afrikanen. Een mooie mix die zuurstof gaf aan de vraag “hoe kunnen we de onderdrukking die we niet meer willen ondergaan trotseren”? We praatten over revolte, woede, vrijheid, geluk in kleine dingen.
Uiteraard is niets super en perfect hoe we het zouden willen, maar het was al een goed begin. Een ervaring die toont dat we in staat zijn om sommige a priori's en vaststaande ideeën te overstijgen in momenten dat we ervaringen van strijd delen.
Op dezelfde plek, slechts enkele weken na het einde van de ontmoetingen gebeurt er zoiets.
Gedurende een bepaalde tijd vloog er een wind van vrijheid doorheen Stalingrad. Een briesje dat zeer fragiel is, ze kan meteen weer wegvliegen. De vrijheid vliegt weg wanneer een vrouw de avances van een man niet mag weigeren zonder in elkaar geslagen te worden. Wanneer een vrouw enkel goed is om de regels van hun man of grote broer te volgen. Wanneer een koppel buiten de heteroseksuele normen het recht hebben om slagen te krijgen. Alsof liefde een kwestie is van vaste regels, dictaten om te volgen, een drang om te onderdrukken, in de naam van wat? Van de gemeenschap die je nauwlettend in het oog houdt, van religieuze mannen die pretenderen meesters te zijn van iedereen? Van een onzekerheid om je verlangens te volgen en je te durven confronteren met diegenen die ons willen muilkorven, die ons willen opsluiten in hun hokjes.

Niets vragen, alles onteigenen

Sinds meer dan een jaar zijn een schrijvertje en andere democraten een ‘G1000’ aan het organiseren, waar 1000 burgers moesten debatteren om voorstellen te formuleren voor de toekomstige regering en de politieke klasse. Alsof het politieke circus op zich nog niet voldoende was, ziedaar dus mensen die samenkwamen om te ontdekken dat “wij allemaal in onszelf een klein politiekertje hebben zitten.” Geweldig! Ga het hen maar uitleggen dat de democratie niets van zien heeft met vrijheid, dat de politiek als gif voor het leven is, dat de staat, of die nu beweert eerlijk en oprecht te zijn of niet, altijd haar diktaten zal opleggen! Niets aan te doen, wij zullen de kloof blijven uitdiepen tussen de brave burgers die naargelang de gelegenheid verklikker, politieker, controleur, ‘kritische stem’ of bazenpoeper zijn; en degenen die werkelijk willen vechten voor de vrijheid. Het heeft ons dan ook flink moeten doen lachen toen we vernamen dat de avond voor het grote feest van de burgerdemocratie in Tour & Taxis in Molenbeek, dieven zijn gaan lopen met de 1000 frangipanes die voorzien waren voor de burger-politiekers! Ah, en we zouden het bijna vergaten, die avond sneuvelden ook de ruiten van de auto van meneer het schrijvertje-democraat. Hij had zijn GPS open en bloot laten liggen in zijn wagen... Graven, graven, uitdiepen die kloof tussen de valse critici et de rebellen!