Posts tonen met het label Nummer 24. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nummer 24. Alle posts tonen

zaterdag 7 januari 2012

Nummer 24 downloaden

Download hier nummer 24 van Buiten Dienst in PDF formaat.

Steen na steen


In januari 2012 zal het nieuwe gesloten centrum in Steenokkerzeel, het zogenaamde "Caricole" haar deuren sluiten. Dit nieuwe centrum vlak naast de landingsbaan van de luchthaven heeft tot doel om er de meest weerspannigen onder de sans-papiers die de Staat wil deporteren, in op te sluiten. Het zal dienen als een drukkingsmiddel om de revoltes binnen de centra te ontmoedigen en in de kiem te smoren. We maken de lezer er hier ook graag eens op attent dat de opening van dit centrum meer dan een jaar vertraging heeft opgelopen, naar alle waarschijnlijkheid door de aan de gang zijnde strijden en door anonieme sabotages op de werf.

De nieuwe regering heeft duidelijk haar intentie kenbaar gemaakt om het "asielbeleid te verstrengen", net zoals ze voorziet om het "gevangenisbeleid", de "begrotingspolitiek", de "het uitkeringen- en pensioensbeleid" te verharden... De ongewensten zijn talrijk: van sans-papiers, gevangenen tot armen, ouderen en arbeiders. Allen moeten aanvaarden dat de komende jaren "mager" zullen zijn, dat er minder kruimels van de tafel van de rijken en de macht zullen vallen. Ondertussen worden de stellingen versterkt: het Belgische patronaat voert campagne tegen stakers, de zogenaamde hulpinstellingen zoals het OCMW verklaren dat ze de deuren van hun opvangcentra voor daklozen zullen sluiten voor sans-papiers, de vakbonden spreken een ietwat stoerdere taal om hun "troepen" die misschien keet willen schoppen onder controle te houden,...

Maar terug naar het nieuwe gesloten centrum. Een week geleden trok er een wilde betoging door de straten van Molenbeek. Pamfletten, affiches, slogans en graffiti's tegen de gevangenissen en de gesloten centra, tegen de Staat en de macht. De volgende dag verhinderde de politie met de grote middelen een betoging aan het nieuwe gesloten centrum: honderden anti-oproerflikken, de federale cavalerie, een waterkanon verdedigden het centrum. De burgemeester van Steenokkerzeel vaardigde trouwens een samenscholingsverbod uit. De laatste betogingen die daar plaatsvonden verliepen trouwens erg woelig. Vernielingen van de infrastructuur zowel binnen als buiten, en een ontsnapping hebben de samenkomsten die vaak nogal machteloos zijn stevig gepeperd.

Enkele uren later vallen in Brussel tientallen gemaskerde mensen het gebouw van de Dienst Vreemdelingenzaken aan: de inkomhal wordt verwoest, ruiten vernield en rookbommen en vuurwerk naar binnen gesmeten. Voor alle duidelijkheid: het is de Dienst Vreemdelingenzaken met haar leger ambtenaren die beslist over de gesloten centra, de deportaties, de toekenning van verblijfsvergunningen, de regularisaties. Wij herkennen ons in deze directe aanval tegen één van de verantwoordelijken van de deportatiemachine, en met veel vreugde roepen wij allen die willen vechten voor de vrijheid op om verder te gaan op de weg van een strijd zonder bemiddeling, een strijd die overgaat tot het offensief tegen alles wat ons verstikt.

Laten we nog even in herinnering brengen dat de laatste twee jaren, de strijd tegen de bouw van het nieuwe gesloten centrum in Steenokkerzeel ondermeer die weg is opgegaan: de bouwers ervan, de bedrijven Besix en Valens, waren op vele momenten het doelwit van directe acties, sabotages, brandstichtingen en aanvallen, net zoals de bedrijven die winst maken door hun contracten met deze centra zoals ISS Cleaning, Sodexo, de Bank van de Post, Dalkia, Fabricom of instellingen die meedraaien in de papierenmolen zoals de gemeentediensten. Want de deportatiemachine kan overal aangevallen worden, ieder met de middelen die hij of zij gepast vindt.

Laten we voor niets minder strijden dan voor een wereld zonder grenzen.

Vuur voor de papieren, vuur voor de Staat en lang leve de vrijheid!

Sint-Gillis - Een protest van gevangenen onderdrukt


Begin oktober weigerden enkele tientallen gevangenen om aan het einde van de wandeling terug te keren naar hun cellen. Ze eisten een onderhoud met de directie over de opsluitingsomstandigheden, het eten, de overbevolking (vaak zitten ze met 3 tot 4 op één cel). De directie riep daarop de versterking in van de politiezone Midi om het protest in de kiem te smoren. Samen met een recent gevormd team van cipiers die getraind zijn om revoltes en opstanden neer te slaan, leefden de politieversterkingen zich uit met een algemene afranselpartij op de binnenplaats. Minstens drie gevangenen raakten zwaargewond. Vervolgens begonnen de cipiers een staking om alle communicatie tussen binnen en buiten (tijdens een cipiersstaking is er geen bezoek, geen post, geen telefoon) zoals ze vaak doen om gesjoemel, mishandelingen, aanklachten of moorden te camoufleren. De interventies van de politieagenten van de zone Midi in de Brusselse gevangenissen zijn trouwens berucht. In 2009 werd één van hun commissariaten in brand gestoken (in Anderlecht) met molotovcocktails toen bekend geraakte dat de gevangenen van Vorst mishandeld en gefolterd waren geweest door de agenten van die zone die de cipiers hadden vervangen tijdens een zoveelste staking.

Bijna elke week, of beter gezegd, zowat elke dag, protesteren er gevangenen, op hun eentje of samen met anderen, met geweld of zonder, tegen de huidige stand van zaken in de Belgische gevangenissen, of tegen het hele gevangenisssyteem. De cipiers, aangesloten bij hun vakbonden, vormen één blok, voeren staking na staking, sjoemelen, vechten “op hun manier” tegen opstandige gevangenen. Van haar kant duwen het ministerie van Justitie en de hele politiekerskliek van overal in de richting van een veiligheidsverhoging op alle niveaus, bouwen ze nieuwe gevangenissen, schaffen ze (met de nieuwe regering) formeel een groot deel van de mogelijkheden tot voorwaardelijke vrijlatingen (want in werkelijkheid is dit reeds het geval: vele gevangenen komen pas aan het einde van hun straftijd buiten, vooral als het gaat over mensen die niet berusten en niet het gat likken van de rechters). Niet verrassend dus dat men op alle mogelijke manieren probeert om éénder welk protest van gevangenen de kop in te drukken: door degenen die hun stem verheffen in elkaar te slaan, door degenen die revolteren in isolatie te plaatsen, door allen die binnen zitten aan de “maatschappij” voor te stellen als “barbaren” en “monsters”.

Want doen dan, nu de spanningen in de gevangenissen maar blijven groeien, zowel in Brussel als elders in België (denk maar aan de opstand in Andenne enkele weken geleden)?

Eerst en vooral elkaar aanmoedigen en ondersteunen met een elan van revolte en solidariteit: niet terugdeinzen voor de dreiging van een afranseling of isolatie, maar elkaar steunen om samen weerstand te bieden aan het repressieve arsenaal van de Staat.

Ten tweede, de protesten en revoltes in de gevangenissen niet laten isoleren: buiten, op straat, een offensieve solidariteit onder uitdrukking brengen, een solidariteit die niet gaat bedelen bij de instellingen om wat kruimels of verbeteringen te bekomen, maar een solidariteit die aanval wordt, aanval tegen alles wat ons tot gevangene maakt van dit systeem gebaseerd op geld en macht, aanval tegen de radertjes van de opsluitingsmachine om die te saboteren, te verstoren, te destabiliseren, te vernietigen.

Niets vragen, alles onteigenen

Begin december schoot de juwelier Bens de jonge Jordy Kasavubu dood toen die op het punt stond hem te overvallen voor zijn villa in Luik. De week daarop, na de begrafenis van Jordy, braken er rellen uit in het centrum van Luik. Langs de andere kant van de barricade eisten de handelaarsorganisaties en politiekers nog meer juridische bescherming voor degenen die het geld, de rijkdom, de juwelen, de brandkasten verdedigen tegen de stoutmoedige handjes van arme luizen die proberen het geld te gaan halen waar het in overvloed aanwezig is. Midden december kwam er mooi nieuws: de juwelierszaak Bens, die in Tilf gevestigd is, is aangevallen. Onder dekking van de nacht hebben onbekenden alle gewapend glas van de juwelierszaak ingeslagen en maakten alle juwelen die in de etalage lagen buit. Een mooie onteigeningsactie, knap gericht en, waarom ook niet, binnen het bereik van iedereen die een sloophamer weet te hanteren.

Wanneer de Mivb staakt…


Hoe vaak lag Brussel de laatste maanden al niet half plat? We zouden het al niet meer kunnen zeggen. Ik schep er bijzonder veel plezier in wanneer de dagelijkse routine verlamd wordt, wanneer de zotte wedren van de economie stilgelegd wordt. En begrijp me ook niet verkeerd: wanneer het werk gestaakt wordt, ben ik de eerste om te zeggen dat daar een gelegenheid kan zijn om de mogelijkheid tot directe strijd tegen alle bazen af te tasten. Maar...

Ze hebben stenen naar de metro’s en trams gegooid, staking.

Ze heeft me beledigd tijdens een ticketcontrole, staking.

Ze weigeren te betalen, staking.

Toen ze opstapte, heeft ze me aangevallen omdat ik haar vroeg haar ticket te ontwaarden, staking.

En wanneer de Mivb toegangspoortjes plaatst en zo het leven van degenen die geen ticket hebben of nooit zullen willen hebben bemoeilijkt, wat doen de vakbonden dan? Wanneer de Mivb eens te meer het tarief verhoogt? Wanneer de Mivb alles in het werk stelt om haar overeenkomsten met de politie te respecteren en de razzia’s tegen mensen zonder papieren, voortvluchtigen, gezochte of geseinde personen te vergemakkelijken? Niets. Of erger nog, applaus.

Ja, ik ben van goede wil. Je hebt een job bij de Mivb en da’s klote. Begrepen.

Maar ben je zo verschillend van de Mivb en haar beleid als je met stakingen en werkonderbrekingen vecht voor exact hetzelfde als wat jullie directie wilt, het is te zeggen: veiligheid, verhoging van controle, orde ten alle prijze? Alles bij elkaar genomen gaat het dus eerder over stakingen om de bestaande orde te verdedigen dan over sociale strijd.

Hoe meer jullie je gaan gedragen zoals cipiers zich in hun zogenaamde armworsteling met de gevangenisdirecties gedragen ten opzichte van de gevangenen, hoe meer jullie zullen botsen op een verspreide vijandelijkheid in de straten, in de ondergrondse gangen van deze alsmaar kwadere stad, in de wagons die ons vervoeren, wij, voer voor de economie en de controle.

Willen jullie een gevangenis voor ons allemaal, de gevangenis van het openbaar vervoer met haar cipiers, haar cameras, haar controles, haar omgeving die zowel geest als lichaam onderdrukt? Wees dan voorbereid om je te verdedigen tegen gevangenen die tot alles bereid zijn om de kooien te verwoesten en hun vrijheid te veroveren.

Het einde van het openbaar vervoer


Allen willen we ergens heen. Het zou niet overdreven zijn om te beweren dat het in de menselijke natuur zelf zit om te gaan, om niet ter plaatse te blijven, om erop uit te trekken en te ontdekken. De macht is betrekkelijk niet in staat om deze neiging uit te roeien. Ze spant zich dus eerder in om op voorhand de bestemming van ons gaan te bepalen en de terreinen die openstaan voor verkenning goed af te bakenen van verboden gebied. Een nieuw winkelcentrum gaan ontdekken, genieten van surrogaat van de natuur in een reservaat, zich werpen in het onbekende van een nieuwe job, de feestganger uithangen op plekken die daartoe voorbestemd zijn en alzo alle vreugdevolle en dus oncontroleerbare ontsporingen vermijden... ziedaar een greep uit de aangeboden bestemmingen.

Maar de kwestie gaat niet alleen over de bestemmingen. De kritiek van deze spookwereld, een wereld in scène gezet door de macht en de koopwaar, zou verzanden mocht ze niet begrijpen dat het de weg zelf is die de bestemming bepaalt. In een wereld gebaseerd op geld kan de bestemming van onze zwerftochten alleen maar eindigen in de tempels waar dit geld regeert. In een wereld waar de loonarbeid het levensritme bepaalt, wordt de enige halte uiteraard de fabriek, het bedrijf, de werkplaats, de supermarkt.

Als we afdalen van het domein van de kritiek van de logica van de macht en de onderwerping en onderduiken in het concrete, dan botsen we rondom deze kwestie van wegen en bestemmingen bijna onmiddellijk op het openbaar vervoer. Een openbaar vervoer dat één van de favoriete doelwitten van de woedenden geworden lijkt te zijn, uiteraard éénieder met zijn redenen en zijn woedes, die te delen vallen of ook niet. We zouden ons kunnen beperken tot een oppervlakkige kritiek van het openbaar vervoer en bijna vergeten dat het inderdaad één van de meest belangrijke slagaders van de hedendaagse stad is. We zouden ons kunnen beperken tot het aanklagen van de té hoge prijzen voor een ticket of een abonnement, van de verhoging van de controles, van de invoeringen van toegangspoortjes die de toegang tot de metro omvormen tot een turnoefening, of nog de overvloed aan camerabewaking, preventieagenten,... Dat is allemaal zonder twijfel nodig en nuttig, maar tegelijkertijd riskeert het ons, vijanden van de macht, te duwen op het gladde ijs van het eisen van één of ander “recht op mobiliteit”, op “gratis openbaar vervoer” of “minder repressie tegen fraudeurs”. Dat is glad ijs, omdat zo een fundamentele kwestie overgeslagen wordt: waarom is er zoiets als openbaar vervoer, waartoe dient het?

De grote meerderheid van de gebruikers van het openbaar vervoer zijn bezig met zich te verplaatsen van huis naar werk, naar instellingen, naar afspraken met bureaucraten, naar consumptieplekken zoals de supermarkt, het stadion of de disco. Alleen dat al geeft prijs waarom de macht het zo belangrijk vindt dat er degelijk functionerend openbaar vervoer bestaat. De verplaatsing, de circulatie van mensen is fundamenteel voor de economie, voor het bestaan van de macht. Het openbaar vervoer is één van de antwoorden op deze economische noodzaak om zich te verplaatsen, net zoals de organisatie ervan er alles aan doet om de weg aan te bieden en zo de bestemming te bepalen. Deze verplaatsing moet uiteraard gebeuren op de meest efficiënte manier (wat zeker geen equivalent is voor de meest aangename) en op de meest veilige manier (wat zeker geen equivalent is voor de meest fascinerende). De totale, dagelijkse mobilisatie van de bevolking vereist aangepaste infrastructuren. Het belang van deze infrastructuren voor de sociale orde wordt ondersteboven weerspiegeld wanneer ze lamliggen (en de oorzaak daarvan doet er maar weinig toe): vertragingen, chaos, wanorde, breuk met de routine. Jazeker, vruchtbaar terrein voor de vrijheid, voor iets anders dan de dagelijkse reproductie van de rollen, de macht en de economie.

Tot hiertoe hebben wij bijna uitsluitend de aspecten behandeld die raken aan de logica van economische mobilisatie die schuilgaat achter het massatransport. Maar het openbaar vervoer configureert niet alleen diepgaand de fysieke ruimte (tunnels, elektrische kabels, signalisatie, tramsporen, lawaai, uurroosters), maar misschien nog wel meer de mentale ruimte: de stad wordt een optelsom van tram- en bushaltes, het gebied wordt beperkt tot de bediende haltes, al de rest is slechts passage, het merendeel daarvan trouwens, niet toevallig, onder de grond. Met de militarisering die het openbaar vervoer impliceert, kan het vervoer geanalyseerd worden als een werkelijk net dat het sociale weefsel omspant, bijdraagt tot het bepalen van de sociale verhoudingen; een net dat het sociale weefsel omklemt, opsluit. In de openluchtgevangenis die de macht aan het bouwen is, vormt het openbaar vervoer de prikkeldraad en de wachttorens die elke ontsnapping verhinderen. Zoals in eender welke gevangenis of kamp worden de opgeslotenen geregistreerd en geficheerd. De gigantische fichage doorheen de persoonlijke chipkaarten van de bewegingen van alle niet-frauderende gebruikers (en dan nog, gezien de camerabewaking) is in feite simpelweg één aspect van de sociale gevangenis.

Tegelijkertijd is het openbaar vervoersnet geen onneembaar fort. Juist omdat het een net is dat zich overal uitstrekt, zal het nooit kunnen ontkomen aan stoorzenders. Haar alomtegenwoordigheid vormt tegelijkertijd haar kwetsbaarheid. De banden platsteken in een busdepot, de kabels langs de tramsporen doorsnijden, de signalisatie die orde in het verkeer brengt vernielen, obstakels opwerpen op de sporen,... de mogelijkheden voor eenvoudige en reproduceerbare aanvallen zijn eindeloos en vooral onmogelijk te voorkomen en te vermijden. Elke verstoring, wat de draagwijdte er ook van is, heeft onmiddellijke gevolgen voor de dagelijkse routine, routine die uiteraard de routine van werk, economie, macht en controle is. Eigenlijk komt strijden voor toegankelijk openbaar vervoer er, in deze optiek weliswaar, eigenlijk op neer om een open gevangenis te eisen – exact hetgeen de macht aan het opbouwen is. Het lijkt ons trouwens niet pertinent om te voorspellen of in de wereld van onze dromen, in een wereld waar het geld onttroond en de macht vernietigd wordt, er nog openbaar vervoer zal bestaan, aangezien de huidige logica daarvan volledig en exclusief doordrongen is van de economie die we willen vernietigen en van de sociale controle die we willen uitroeien. Vandaag gaat het erom het openbaar vervoer te zien voor wat het werkelijk is: slagaders van het kapitalisme, barrières die alles wat aan de routine van werk en macht ontsnapt buitensluiten, de prikkeldraad van de openluchtgevangenis in opbouw. En aangezien de ontsnapping van één individu nog niet de vernietiging van de gevangenis betekent (en in zekere zin ook niet de vrijheid die, zoals we al vaak gezegd hebben, zich slechts eindeloos kan uitstrekken doorheen de vrijheid van alle anderen), is de kwestie vandaag om het openbaar vervoer aan te vallen, met als doel het te verstoren en te vernietigen. Het georchestreerde en geconditioneerde verkeer verlammen komt simpelweg neer op vechten voor de vrijheid van allen.

Congo is om de hoek


Het gevecht om macht en geld verspilt levens, overal

Rel. Brandstichting. Gebroken ruiten. Barricades van afvalcontainers. Molotovs tegen politievoertuigen. Blokkades van de kleine ring. Een politiewoordvoerder, een vervangend burgemeester, enkele journalisten krijgen klappen of worden weggejaagd. Enkele weken zit het er bijna elke dag bovenop in Matonge, Brussel. De wijk krijgt haar dosis repressie; relflikken die de wijk omsingelen, waterkanon, traangas, helikopter, matrak, natrappen op arrestanten die op de grond liggen. Honderden arrestaties, drie weken samenscholingsverbod.

Aanleiding voor de spontane betogingen zijn de verkiezingen in Congo. Dat oneindig uitgestrekte land in het hart van Afrika waar het al decennia ellende troef is. Westerse bedrijven die azen op de grondstoffen in Oost-Congo (zonder zouden al die kostbare mobieltjes gewoon plastiek speelgoed zijn). Buurlanden, warlords/'rebellenleiders', de lokale en nationale politieke elite die de stank van geld heeft geroken. Die soldaten rekruteren om te moorden, te verkrachten. Een business van hulporganisaties die maandelijks de rekeningen van een handvol professionele weldoeners aandikken. Een kluwen van machtsstrijd waar de media liever hun handen niet aan vuil maken. Het laatste grote conflict in de regio heeft president Kabila junior sluw opgelost door zowat iedereen een deel van de macht te geven. Rebellenleiders zijn nu generaals. Natuurlijk is niet elke leider even tevreden, maar de machtsstrijd bevindt zich niet meer op het niveau van een regelrechte oorlog. Al lijkt het alledaagse leven nog verdacht veel op een oorlogssituatie. Steden als Goma zijn dankzij hun status als uitvalsbasis van VN-blauwhelmen, toevluchtsoorden geworden waar overleven een dagelijkse opgave is. Daarbuiten uitgestrekte vluchtelingenkampen en afgelegen dorpen waar gewapende mannen een constante bedreiging zijn. Sommige gebieden gelden als rustig, daar hebben mensen nu het recht om zich te laten uitbuiten in de mijnen van de politieke elite. Met gevaar voor eigen leven en de vervuiling van hele gebieden (metalen in rivieren, nucleaire straling waar er uranium wordt bovengehaald), voor een schamel loon.

Een deel van de bevolking had zijn hoop gezet op de democratische verkiezingen om Kabila weg te krijgen en verandering te brengen in een miserabele situatie. Met de propagandamachine en de greep op de overheidsinstellingen van Kabila is het al verbazend dat de kandidaat van de oppositie, Thsisekedi, een reële kans maakt op de overwinning (ook zonder fraude haalt Kabila nog altijd veel stemmen, maar ook genoeg?). Een oppositie die tijdens de machtsgreep van Kabila senior gewoon aan de kant werd geschoven, daarna lang krachteloos leek en waarvan velen ondertussen ingedommeld zijn in hun parlementszitje in Kinshasa. Wie tegen Kabila is, lijkt tegenwoordig voor Thsisekedi te zijn. Maar macht corrumpeert en in Congo nog sneller dan elders. Het politieke overleven in Kinshasa hangt in grote mate af van de controle over een leger dat een samenraapsel is van verschillende leiders (die allemaal hun deel van de koek willen), van de relaties met de Westerse bedrijven (die liever geen stabiele staat hebben die regels en belastingen kan opleggen), van een subtiel machtsevenwicht dat de buurlanden moet verhinderen om een nieuwe oorlog te starten. Hoe zou Thsisekedi daar verandering in brengen? En hoe kunnen we onze hoop stellen in een “werkende” democratie en nieuwe politieke leiders in Congo, terwijl de leiders van de Belgische democratie (het “goede voorbeeld”) al decennialang enkel hun belangen verdedigen in Congo en zo bijgedragen hebben aan de ellendige situatie vandaag.

De reactie van kersvers minister van buitenlandse zaken Reynders sprak boekdelen. Wie problemen heeft met Kabila, kan zich richten tot het Congolese Hooggerechtshof dat in dienst staat van Kabila. Voor de Westerse politieke leiders is het al lang goed als de regels van de democratie (min of meer) gevolgd worden. De franstalige politici in dit landje hebben te veel connecties en economische belangen in Congo om zich verder veel aan te trekken van de ellendige situatie. De MR en PS schoppen Kabila liefst niet te veel tegen de schenen, dat is slecht voor de zaken. Daarom richten sommige betogers in Brussel zich tot de vlaamse partijen. Misschien hebben zij minder economische belangen in Congo en durven ze al eens hoog van de toren blazen. Maar voorbij de politiek correcte verklaringen van enkele moraalridders, overheerst de desinteresse. Verwachten we echt dat de politici zich ons lot gaan aantrekken?

Wie is er niet woedend? Maar is er verandering mogelijk zolang het kapitalisme nood heeft aan zeldzame grondstoffen uit Congo voor haar hoogtechnologische snufjes? Zolang het trauma van ontvoering, verkrachting, moord voortduurt? Zolang mannen zich laten inlijven om de belangen van hun leider te dienen? Zolang we onze hoop blijven stellen op politieke leiders die enkel kunnen teleurstellen?

Matonge - voor rellen tegen alle macht


Laten we klaar en duidelijk zijn: de sociale en economische situatie in Kongo is best wel - en we zouden zeggen, op z'n minst - wat rellen in Matonge waard. De vreselijke uitbuiting van de bevolking zowel door de Westerse bedrijven als door de lokale bazen, de voortdurende slachtpartijen begaan zowel door het regime van Kabila als door de zogenaamde opposanten en krijgsheren of clans, de politieke corruptie en terreur die alle domeinen van het sociale leven vergiftigt... zovele redenen om je woede te uiten en te vechten voor fundamentele veranderingen.

Velen zullen zeggen dat het al heel wat beter zou gaan met Kongo als er daar een "ware democratie die werkt" zou komen. Naargelang de strubbelingen van het moment, veranderen de voorvechters daarvan ("de oppositie") van naam. Vandaag lijkt de naam ervan die van Thsisekedi te zijn aan wie het regime van Kabila niet bereid lijkt de macht af te staan. Morgen, eens Thsisekedi aan de macht, zal de naam van de oppositie weer wisselen, wie weet zelfs terug die van Kabila (junior junior misschien) worden, en ga zo maar door. De normale gang van zaken voor het politieke circus, democratisch of niet.

Begrijp ons niet verkeerd: het is nodig om te vechten tegen het regime van Kabila. Maar het is niet hetzelfde om te vechten tegen een regime om het te vervangen door een ander of om te vechten voor de vrijheid tout court, en dus tegen elk regime. De macht kan van kleur veranderen, kan inderdaad meer 'aanvaardbaar' en minder 'corrupt' worden (over het algemeen door smeriger, geniepiger te worden en dus minder makkelijk te bestrijden), maar de macht zal altijd de grond van alle problemen blijven. Zolang er macht is, zal er uitbuiting, slachting, corruptie, terreur zijn. Tegen alle macht vechten wil niet zeggen om een permanente burgeroorlog te wensen; wij denken eenvoudigweg dat alle gevallen, de vrijheid van elkeen, de verhoudingen van solidariteit en zelforganisatie (dus bevrijd van alle autoriteit), de beste wapens zijn tegen alle horror van deze wereld. Wapens die veel sterker en duurzamer zijn dan eender welk regime dat pretendeert het volk "te beschermen" om het makkelijker te regeren.

Sommigen zullen misschien zeggen dat je stap voor stap moet gaan, dat deze wereld van macht en geld niet op één nacht kan veranderd worden. Dat Thsisekedi misschien niet perfect zal zijn, maar op z'n minst toch al iets beter dan Kabila. Dat zolang er een dictatuur bestaat in een land, er moet gevochten worden om die om te vormen tot democratie - zelfs wanneer je weet dat de democratie slechts een andere machtsvorm, een andere vorm van uitbuiting, een andere soort kloof tussen rijk en arm, een andere vorm van onderdrukking met haar eigen soort aan gesloten centra en gevangenissen. Maar zulke redenering van "het minste kwaad" verduistert de mogelijkheid om radicaal en fundamenteel te spreken over "het goede". En nét dat moet gezegd worden, vandaag nog meer dan gisteren, zowel in het hart van Brussel als in Kinshasa: om in vrijheid te leven, om een beter bestaan te leven, een leven rijk aan ervaringen en smaken, rijk aan verhoudingen van wederzijdsheid, moet alle macht verdwijnen, moet alle politiekers en bazen van de aardbol gevaagd worden. We zouden zelfs nog meer kunnen aandringen: in een klimaat zoals in Kongo, moet er des te meer aangedrongen worden op de noodzaak van een opstand die de strijd aanbindt met alle onderdrukking, of die nu van de Staat, de bedrijven of de oorlogsclans komt.

We zijn er zeker van dat er onder de relschoppers van Matonge mensen zitten die geen enkele illusie meer koesteren over de macht en haar vermogen om bij tijd en stond zachter te worden. Wij zijn er zeker van dat de woede die zich richt tegen winkels, banken, politie en instellingen tot veel méér in staat is dan voor waterdragers van Thsisekedi te spelen. Wij zijn er zeker van dat in de komende tijden de gelegenheden in Brussel talrijk, de aanleidingen veelvoudig, zullen zijn om het vuur aan de lont te leggen: want de vrijheid is reeds opgestaan tijdens de opstanden in Tunesië, Egypte en Lybië en blijft er voortwoeden, want op deze eigenste moment staat ze op in Syrië en in Kazachstan (waar duizenden stakers in opstand zijn gekomen tegen de Staat), zo moet ze ook in Brussel en elders opstaan. Haar vlag is niet die van de Thsisekedi's van over de hele wereld, noch die van de Vlaamse of andere nationalisten, noch die van politiekers of aspirant-politiekers. Haar vlag, dat is eenvoudigweg de weigering van de politiek, van de overheersing, van de macht; het is de niet-onderhandelbare eis van een vrij en vol leven.

Moge de oude wereld creperen!


Ah! Ah! Het is de dag van het jaar!

De heldere stem van het kind en de gebroken stem van de grijsaard heffen hetzelfde lied aan: het lied van de bedes en de gelukwensen.

De arbeider aan zijn baas, de schuldenaar aan zijn schuldeiser, de huurder aan zijn huisbaas, allen zeggen het refrein van een goed en gelukkig nieuwjaar op.

De arme stakkers trekken de straat op om de ballade te zingen van een lang leven.

Ah! Ah! Het is de dag van het jaar!

Er moet gelachen worden! We moeten ons verheugen. Dat iedereen zijn feestmuts opzet. Dat zich op alle lippen de schoonste wensen vormen. Dat op alle gezichten de krampachtige lach van de vreugde zich aftekent.

Het is de dag van de officiële leugen, van de sociale hypocrisie, van de farizeëerliefdadigheid. Het is de dag van de namaak en de vervalsing, het is de dag van het vernis en de stereotiepen.

De gezichten lichten op en in de huizen gaan de lichten aan! En de maag is zwart en het huis is leeg. Alles is praal, alles is façade, alles is schijn, alles is bedrog! De hand die de jouwe schudt, is een klauw of een poot. De lach waarmee je ontvangen wordt, is een kramp of een grijns. De gelukwens die je aanhoort, is hoon of spot.

In de bittere arena van de behoeften heerst de wapenstilstand, is het rustpauze. In de scherpe arena van de gevechten is het de dag van het jaar.

Je hoort de echo die de knal van het kanon herhaalt en het gefluit van de fabriek nadoet. De mitrailleur rookt nog na; de ketel laat nog stoom ontsnappen. De ziekenwagen puilt uit van de gewonden en het ziekenhuis weigert de zieken. De obus heeft die buik ginder opengereten en de machine heeft die arm daar afgehakt. De misdaden der moeders, de tranen der kinderen doen in onze oren de vreselijke melodie van pijn weerklinken, altijd maar diezelfde melodie.

De witte vlag: wapenstilstand, pauze, voor een uurtje en voor een dag strekt men elkaar de hand, lacht men elkaar toe, vormen de lippen woorden van vriendschap: hoongelach van hypocrisie en leugens.

Een gelukkig nieuwjaar toegewenst voor jou, huisbaas? Jij die me op straat zal smijten zonder je zorgen te maken over kou of regen...

Een gelukkig nieuwjaar toegewenst voor jou, baas? Jij die deze laatste dagen zal verminderen omdat mijn lichaam verzwakte na de zware ziekte die ik in jouw dienst opgelopen heb...

Een gelukkig nieuwjaar, een gelukkig nieuwjaar voor allen! Bakkers, kruideniers, handelaars die mijn ellende omknellen met jullie beschamende tolgeld en die commercie drijven met al mijn behoeften, met al mijn verlangens.

Een gelukkig nieuwjaar en een goede gezondheid voor allen, mannen en vrouwen bezweken doorheen de beschaving: gelukkig nieuwjaar, meneer de eerlijke arbeider? Gelukkig nieuwjaar, reguliere pooier? Gelukkig nieuwjaar, jij die door het huwelijk gecategoriseerd werd? Gelukkig nieuwjaar, jij die in loondienst staat bij de politie? Gelukkig nieuwjaar aan jullie wiens daden, wiens stappen telkens een daad en een stap zijn tegen mijn vrijheid, tegen mijn individualiteit?

Ah! Ah! Een gelukkig nieuwjaar en een goede gezondheid?

Willen jullie wensen horen? Wel, ziedaar: moge de eigenaar die de plaats bezit waar ik mijn ledematen uitstrek en die me de lucht verkoopt die ik inadem creperen!

Moge de baas die urenlang de ploeg van zijn eisen over het veld van mijn lichaam doet razen creperen!

Moge deze wolven die mijn slaap afromen, mijn rust, mijn noden; die mijn geest bedriegen en mijn lichaam vergiftigen, creperen!

Moge de gecategoriseerden van alle seksen die de menselijke verlangens slechts bevredigen in ruil voor beloftes, trouw, geld of nederigheid creperen!

Moge de officier die de moord beveelt en de soldaat die hem gehoorzaamt creperen; moge het parlementslid dat de wet maakt en de kiezer die het parlementslid maakt creperen!

Moge de rijke die zich een zo groot deel van de sociale buit toeëigent creperen! Maar moge vooral de idioot die zijn diner klaarmaakt creperen.

Ah! Ah! De dag van het jaar!

Kijk om jullie heen. Meer dan ooit voelen jullie de sociale leugen leven. De eenvoudigste onder jullie raadt overal de kleverige hypocrisie van de sociale verhoudingen. Het valse treedt overal naar voren. Nieuwjaarsdag is de herhaling van alle andere dagen van het jaar. Het huidige leven bestaat slechts uit bedrog en schijn. De mensen zijn eeuwig in strijd. De armen wandelen van de glimlach van de concierge tot bij de grijns van de bistrot; de rijken van de kruiperigheid van de lakei tot bij het gevlei van de courtisane. Kale gezichten en maskers van vreugde.

De streling van de hoer heeft als equivalent de glimlach van de getrouwde vrouw. En de verdediging van de pooier is dezelfde als de bescherming van de echtgenoot. Namaak en bedrog.

Opdat we op een dag, in alle waarheid, het leven zouden kunnen bezingen, moeten we, laten we het klaar en duidelijk zeggen, het conventionele laten varen en een bitsige wens doen: dat de oude wereld crepeert met haar hypocrisie, haar moraal, haar vooroordelen die de lucht vergiftigen en ons verhinderen om te ademen. Dat de mensen hier en nu beslissen om te zeggen wat ze denken.

Laten we een dag van het jaar maken waarop er geen leugenachtige wensen en bedes gedaan worden, maar waar we daarentegen onze gedachten in het gezicht van elkeen werpen.

Die dag zullen de mensen begrijpen dat het niet mogelijk is om te leven in zulke atmosfeer van strijd en antagonisme.

Ze zullen zoeken naar een andere manier van leven. Ze zullen de ideeën, de dingen en de mensen die hen verhinderen om gelukkiger te worden willen kennen.

De eigendom, het vaderland, de goden, de eer lopen dan het risico om in de riool geveegd te worden samen met allen die leven van deze stank. En dan zal de wens, die zo boosaardig lijkt maar nochtans vervult is van zachtheid, universeel zijn: moge de oude wereld creperen!

Albert Libertad

in l’anarchie, nummer 90, 27 december 1906

Feu aux papiers, vive la liberté!


Eind november worden er in Farciennes molotovcocktails gesmeten naar twee flikkencombi’s die voor de Dienst Bevolking van het gemeentehuis geparkeerd staan. Het vuur breidt uit naar het gemeentehuis. Vijf ruimtes worden verwoest door de vlammen, identiteitskaarten, verblijfsvergunningen etc. incluis.

Onze gedachten glijden af naar Schaarbeek in het jaar 1911. Op 17 april staat het gemeentehuis er in lichterlaaie. De brand werd gesticht met behulp van een varkensblaas gevuld met terpentine die aan een touw boven een kaars hing. Aan de voet van die kaars bevonden zich houtschilfers die in brand vlogen wanneer de kaars smolt, en zo de vlammen tot bij de varkensblaas met terpentine brachten. Wie achter deze brandstichting zat, blijft voor altijd verborgen, ergens in de geschiedenis. Maar wat vast staat, is dat het bevolkingsregister van Schaarbeek door de vlammen verteerd werd.

Als we verder gaan met associëren, komen we terecht bij enkele landen in opstand, zoals Tunesië. Tijdens de opstand tegen het regime van Ben Ali, maar ook daarna tegen de invoering van een nieuw regime, werden bijvoorbeeld in Sidi Bouzid of in Kasserine meermaals het gemeentehuis, de archieven van het gerecht, de registers van de deurwaarders en de eigendomsregisters in brand gestoken. Om de afstand te markeren tussen wat geweest is en wat komen wil, zijn de archieven van de staat en de instellingen altijd goede brandstof.

Het registreren van mensen, met identiteitskaarten, lijsten, dossiers, is niets anders dan een middel om de bevolking te controleren en de onderdrukking te vergemakkelijken. Mensen worden geficheerd om ze achteraf gemakkelijker te kunnen uitsluiten, opsporen, vervolgen, opsluiten, deporteren. En zo is alles wat te maken heeft met de registratie van mensen, of het nu gaat over politiedossiers, over geboortelijsten of nationaliteitsdocumenten, altijd al één van de revolutionaire en opstandige doelwitten geweest.

Een wereld zonder geld, papieren, grenzen


We leven in tijden waarin mensen aan een sneltempo uit de boot geduwd worden. Uit hun huis gezet worden, op straat belanden. Terwijl we zien hoe het aantal mensen dat dakloos is aan een sneltempo aan het toenemen is, heeft het Brusselse OCMW er ook nog eens niets beter op gevonden dan de deuren van haar noodopvang deze winter te sluiten voor alle mensen zonder papieren.

We leven in tijden waarin de heiligheid van geld, eigendom en afkomst op een steeds brutalere manier bepaalt wie nog toegang heeft tot de samenleving, en wie aan haar grenzen kan creperen. Maar het zijn niet de tijden die onze ideeën bepalen. De samenleving van vandaag is geworteld in die van gisteren. Het geld, de eigendom en de afkomst staan al sinds het begin van hun bestaan garant voor uitsluiting, uitbuiting en onderdrukking.

En dus blijven wij ook in deze tijden waarin de levensomstandigheden en de controle verharden nog altijd strijden voor niets minder dan een wereld zonder papieren, zonder geld, zonder grenzen. Een wereld van vrijheid, is er één zonder onderdrukking en dus ook zonder de middelen die dit vergemakkelijken.

Berichten van wanorde 24


De politie is doelwit – Op enkele weken tijd was de politie op z’n minst drie keer het doelwit van brandstichters : een eerste maal in Farciennes waar twee combi’s en een aanhangwagen van de politie platgebrand werden, een tweede maal in Quaregnon waar de toegangspoort van het politiekantoor in brand gestoken werd en een derde keer in Elsene waar meerdere politiewagens die voor het commissariaat stonden in brand gestoken werden met molotovcocktails. Deze aanvallen zijn gebeurd in een context van een opstand in de gevangenis van Andenne, van spanningen in de gevangenissen van Sint-Gilles en Vorst, van massale afranselingen en mishandelingen van degenen die de laatste tijd in de wijk Matonge protesteerden tegen het regime van Kabila in Congo en tegen de steun van de Belgische Staat aan Kabila,...

Groen kapitalisme? – Een flink deel van een hangar van het bedrijf Solar-Tech, gespecialiseerd in de vervaardiging van zonnepanelen en in de installatie van windmoels, werd verwoest door een brand. Tegenover de horror van de industrialisering, de nucleaire en energetische industrie, eisen velen eigenlijk “groene” oplossingen binnen het kapitalisme en de Staat: hernieuwbare energieën, biologische landbouw, enzovoort. Vandaag is de ecologie een markt zoals eender welke andere markt geworden, of erger eigenlijk, want ze geeft aan het kapitalisme een groen kleurtje terwijl de sociale verhoudingen, de verhoudingen van uitbuiting en onderdrukking, gehandhaafd blijven. De ecologische economie aanvallen betekent dan ook om alle logica van “het minste kwaad”, van “beetje bij beetje”, van reformisme te weigeren en net het geheel van Staat en economie in vraag te stellen.

Sprekende bussen – Onbekenden hebben slogans tegen alle grenzen, gesloten centra en deportaties geschilderd op acht bussen die stonden op een parking van de Lijn in Leuven. Daarmee hebben ze niet alleen de dagelijkse routine van het openbaar vervoer bedekt met wat ideeën, maar ook herinnert aan de nakende opening van het nieuwe gesloten centrum voor illegalen in Steenokkerzeel.