Buiten Dienst 27 downloaden gaat via hier (pdf).
Posts tonen met het label Nummer 27. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nummer 27. Alle posts tonen
maandag 26 maart 2012
De gevangenis maakt ziek
Gevangenis van Vorst
In de taal van de macht zou de gevangenis voor alles een « instelling om te re-integreren » zijn, een soort van ziekenhuis om de aandoening van delinquentie te genezen. Ze zou in zekere zin een « opportuniteit » zijn die aangeboden wordt aan degenen die op een dwaalspoor beland zijn, een kans om na te denken, tot inkeer te komen en weer het rechte pad op te gaan.
Al zovele malen hebben we uitgelegd waarom de bestraffing, Justitie, de gevangenisstraf geen kwestie van « rechtvaardigheid » is (als je dat woord wil bezigen), maar een beschermingsmaatregel van de gevestigde orde. We omschreven de gevangenis als een machine om mensenwezens te vermorzelen, als een monster dat de sociale spanningen absorbeert die zich ondermeer uiten doorheen « misdaad ». Dat het opzet van de gevangenis is om de persoonlijkheid van de gevangenen uit te schakelen en hen om te vormen tot gehoorzame en onderworpen wezens.
Buiten de (goeie of kwaaie) wil van gevangenisdirecties, rechters, cipiers om, vernietigt de werking zelf van de gevangenis, haar architectuur, haar apparaat, de mens. Vandaag geeft de gevangenis van Vorst daar weer een triest voorbeeld van. Gezien de « overbevolking » (meer dan 700 gevangenen voor 400 'plaatsen') kunnen de gevangenen die lijden aan tuberculose niet apart gezet of verzorgd worden... wat vrij spel geeft aan de besmetting van de hele gevangenisbevolking. En vergis je niet over « humanitaire » bedoelingen : als de cipiers van van Vorst deze toestand vandaag aanklagen, dan is dat omdat ook hun gezondheid gevaar loopt...
De gevangenis geneest niet, ze maakt ziek. Tuberculose, een ziekte die typisch altijd gereserveerd werd voor de armen en de verschoppelingen, is slechts een zichtbaar teken van het verrottingsproces dat de Staat in haar gevangenissen in gang zet en draaiende houdt. Daartegen vechten betekent zeker niet om beroep te doen op de gevangenisdokters om « hun verantwoordelijkheden te nemen », om te eisen dat er nieuwe, « beter aangepaste » gevangenissen zouden gebouwd worden, maar om integendeel te komen tot de logische conclusie : om te genezen, heb je lucht nodig, heb je vrijheid nodig, op elk moment en in alle omstandigheden.
In de taal van de macht zou de gevangenis voor alles een « instelling om te re-integreren » zijn, een soort van ziekenhuis om de aandoening van delinquentie te genezen. Ze zou in zekere zin een « opportuniteit » zijn die aangeboden wordt aan degenen die op een dwaalspoor beland zijn, een kans om na te denken, tot inkeer te komen en weer het rechte pad op te gaan.
Al zovele malen hebben we uitgelegd waarom de bestraffing, Justitie, de gevangenisstraf geen kwestie van « rechtvaardigheid » is (als je dat woord wil bezigen), maar een beschermingsmaatregel van de gevestigde orde. We omschreven de gevangenis als een machine om mensenwezens te vermorzelen, als een monster dat de sociale spanningen absorbeert die zich ondermeer uiten doorheen « misdaad ». Dat het opzet van de gevangenis is om de persoonlijkheid van de gevangenen uit te schakelen en hen om te vormen tot gehoorzame en onderworpen wezens.
Buiten de (goeie of kwaaie) wil van gevangenisdirecties, rechters, cipiers om, vernietigt de werking zelf van de gevangenis, haar architectuur, haar apparaat, de mens. Vandaag geeft de gevangenis van Vorst daar weer een triest voorbeeld van. Gezien de « overbevolking » (meer dan 700 gevangenen voor 400 'plaatsen') kunnen de gevangenen die lijden aan tuberculose niet apart gezet of verzorgd worden... wat vrij spel geeft aan de besmetting van de hele gevangenisbevolking. En vergis je niet over « humanitaire » bedoelingen : als de cipiers van van Vorst deze toestand vandaag aanklagen, dan is dat omdat ook hun gezondheid gevaar loopt...
De gevangenis geneest niet, ze maakt ziek. Tuberculose, een ziekte die typisch altijd gereserveerd werd voor de armen en de verschoppelingen, is slechts een zichtbaar teken van het verrottingsproces dat de Staat in haar gevangenissen in gang zet en draaiende houdt. Daartegen vechten betekent zeker niet om beroep te doen op de gevangenisdokters om « hun verantwoordelijkheden te nemen », om te eisen dat er nieuwe, « beter aangepaste » gevangenissen zouden gebouwd worden, maar om integendeel te komen tot de logische conclusie : om te genezen, heb je lucht nodig, heb je vrijheid nodig, op elk moment en in alle omstandigheden.
Uitnodiging om de werking te verstoren van één van de profiteurs van ellende: de deurwaarder
Dinsdag 6 maart hebben een dertigtal personen geprofiteerd van de namiddag om een kort bezoek te brengen aan het kantoor van een deurwaarder in Sint-Gillis.
Na een kleine tocht in de wijk terwijl liedjes werden gezongen en uitnodigingen om de activiteiten van deze aasgier te verstoren uitgedeeld te hebben, heeft de groep halt gehouden voor het kantoor dichtbij het Voorplein. De rolluik die het raam van het kantoor beschermt, werd nog maar pas gesloten... Dus al zingend en onder de geamuseerde (en medeplichtige) ogen van vele buren en voorbijgangers, werd de gevel van het kantoor helemaal dichtgemetseld. Steen per steen, en met het cement op de troffel. Nadat ze afgewerkt was, kreeg de muur zelfs enkele opschriften: “geen medelijden voor de deurwaarders!” Tientallen affiches werden ook geplakt op de gevel en rondom.
________________________________________________
Uitnodiging om de werking te verstoren van één van de profiteurs van ellende: de deurwaarder
Omdat hij nooit alles wat hij afgenomen heeft zou kunnen teruggeven, vragen wij hem niets. Het komt onszelf toe om onze levens terug in handen te nemen.
Onophoudelijk wordt ons om de oren geslagen met crisis. We worden aangemaand om de broeksriem aan te halen. Om een inspanning te leveren voor het algemeen welzijn. Om de besparingsmaatregelen zonder ons te roeren te slikken en aldus de economische belangen van de natie te dienen. Met andere woorden, om te blijven produceren en consumeren zonder ander perspectief dan te overleven in een wereld die zelfs ons bloed uitzuigt.
Deze crisis is niet zomaar een lastig moment waarop we even moeten doorbijten, geen foutje in het systeem dat we zouden kunnen verhelpen met het zweet op ons voorhoofd. Het gaat wel degelijk over een middel naast andere middelen dat de Staten gebruiken om de economische en sociale situatie te beheren en te herschikken. Om de gevestigde orde te vrijwaren, de orde van de overheersers van deze wereld.
De besparingsmaatregelen diepen slechts de reeds bestaande kloof tussen rijk en arm verder uit. Want het geld behoort de armen niet toe, dat is alom geweten. Hoe minder geld je hebt, hoe meer ze je het afnemen, hoe meer je degenen die het wel hebben verrijkt.
En de heersers verschaffen zich de middelen om ons de bittere pil te doen slikken. Controles van alle slag worden heviger en de angst voor de economische en politionele repressie duwen naar berusting. De sociale Staat verhindert dat er directe solidariteit wordt opgebouwd en wiegt de revoltes in slaap onder het mom van bemiddeling die altijd tussenpersoon speelt in al onze verhoudingen. Met het vooruitzicht van ontevredenheden die vast en zeker op verschillende manieren de kop zullen opsteken, worden de opsluitingsplaatsen vermenigvuldigd, wordt het politie-arsenaal meer verscheiden en elk jaar uitgebreid, worden elke dag nieuwe jobs van bewakers en security gecreëerd.
In deze “periode van crisis” kunnen de deurwaarders zich dus maar over één ding beklagen: dat ze té veel werk hebben. In een wereld waar alles een prijs heeft, waar het geld onontbeerlijk is voor het overleven, is géén geld hebben een misdaad. De deurwaarders zijn er om ons daaraan te herinneren. Je beurs of je leven...
Het is hun rol om ons te doen ophoesten wat we niet konden betalen; om ons het weinige dat we hebben af te nemen... en ons daarbij zou nodig de vernieling in te jagen. Er is geen enkele dialoog mogelijk, ze zijn gezworen. Ze hebben de eed gezworen voor de autoriteit van de rijken. En dat is volop in hun eigen belang want ze bedienen zichzelf rijkelijk bij de uitoefening van hun ambt. Zij varen wel degelijk wel bij onze ellende.
Een onbetaalde boete, een lening die we niet kunnen afbetalen, té gepeperde rekeningen, jobverlies, uitsluiting van werkloosheidsuitkeringen, een onvoorziene ziekte... de omstandigheden die ons in contact brengen met de bloedzuigers-deurwaarders zijn talrijk en zullen alleen nog maar talrijker worden.
Maar Meneer de Deurwaarder staat altijd klaar om zijn zakken te vullen. Eerst oefent hij mentale druk uit je postbus te overspoelen met droge en vaak onverstaanbare brieven. De aankondiging van de vijandelijkheden. Hij zal niet aarzelen om rekeningen te blokkeren en het weinige dat erop staat in beslag te nemen. Als dat niet volstaat, komt hij, vergezeld van zijn vrienden flikken en slotenmakers, aan je deur kloppen om je kaal te plukken. Hij zal alles meenemen en je achterlaten met een gemengd gevoel van woede en vernedering. Deze legale diefstal heeft een prijs en wederom is het aan ons om die te betalen.
Laten we daarom vanaf dit eigenste moment handelen. Banden van solidariteit smeden die ons toelaten om te strijden tegen onze vijanden die ons uithongeren. Laten we samen de middelen vinden om ons te verzetten tegen onteigeningen, het afsluiten van water, gas en elektriciteit, tegen uitzettingen.
Laten we weigeren om degenen wiens buik reeds op springen staat nog langer vet te mesten.
Het hangt slechts van onszelf af om ons te ontdoen van de uitbuiters en alle profiteurs van de ellende te elimineren uit onze levens. Laten we de vrijheid nemen om eindelijk te LEVEN.
________________________________________________
Aan de heer Louis Sié, be-eedigd gerechtsdeurwaarder
AANMANING
Gezien de rol van de deurwaarders is om te helpen met de bewaring van de orde van de rijken.
Gezien ze behoren tot degenen die zich vetmesten op onze ellende.
Gezien ze in deze periode van crisis, zich alleen maar kunnen beklagen over een té veel aan werk.
Gezien de wet de deurwaarders toelaat om onze levens binnen te dringen, ze tot geld te maken en ze zo nodig te verwoesten.
Gezien de deurwaarders niet aarzelen om zich te laten begeleiden door een slotenmaker en een agent om ons te doen ophoesten wat we niet hebben kunnen betalen.
Gezien wij Staat noch Wet erkennen.
Gezien wij alle dialoog met hun tussenpersonen weigeren.
Laten we alle middelen uit de kast halen om ons te ontdoen van deze bloedzuigers en onze levens in eigen handen nemen!
Volgende uit aangehaalde elementen, beslissen wij om op deze dag van het jaar tweeduizend en twaalf, over te gaan tot de publieke verstoring van de werking van een deurwaarderskantoor.
________________________________________________
Pas d'pitié pour les huissiers
(Sur l'air de Mylord - Edith Piaf)
Ne venez pas Mylord
Messieurs les huissier
Faut même pas essayer
D'venir nous expulser!
Si jamais malgré tout
Vous approchez d'chez nous
Vous serez bien reçus
A grosses volées d'cailloux...
Avec votre serrurier
Et puis votre policier
Tranquilles vous v'nez toquer
Et vous v'nez tout vider
A vous tous qui vivez
Sur notre pauvreté
On s'laissera pas piller
Sans vous en faire baver...
A toutes les charognes
Qui s'en foutent plein les pognes
Qui vivent de notre misère
"Rendez vous au cimetière!"
Si jamais vous flippez
Faut changer demétier
Y a pas de bons huissiers
Comme y a pas d'bons policiers...
Na een kleine tocht in de wijk terwijl liedjes werden gezongen en uitnodigingen om de activiteiten van deze aasgier te verstoren uitgedeeld te hebben, heeft de groep halt gehouden voor het kantoor dichtbij het Voorplein. De rolluik die het raam van het kantoor beschermt, werd nog maar pas gesloten... Dus al zingend en onder de geamuseerde (en medeplichtige) ogen van vele buren en voorbijgangers, werd de gevel van het kantoor helemaal dichtgemetseld. Steen per steen, en met het cement op de troffel. Nadat ze afgewerkt was, kreeg de muur zelfs enkele opschriften: “geen medelijden voor de deurwaarders!” Tientallen affiches werden ook geplakt op de gevel en rondom.
________________________________________________
Uitnodiging om de werking te verstoren van één van de profiteurs van ellende: de deurwaarder
Omdat hij nooit alles wat hij afgenomen heeft zou kunnen teruggeven, vragen wij hem niets. Het komt onszelf toe om onze levens terug in handen te nemen.
Onophoudelijk wordt ons om de oren geslagen met crisis. We worden aangemaand om de broeksriem aan te halen. Om een inspanning te leveren voor het algemeen welzijn. Om de besparingsmaatregelen zonder ons te roeren te slikken en aldus de economische belangen van de natie te dienen. Met andere woorden, om te blijven produceren en consumeren zonder ander perspectief dan te overleven in een wereld die zelfs ons bloed uitzuigt.
Deze crisis is niet zomaar een lastig moment waarop we even moeten doorbijten, geen foutje in het systeem dat we zouden kunnen verhelpen met het zweet op ons voorhoofd. Het gaat wel degelijk over een middel naast andere middelen dat de Staten gebruiken om de economische en sociale situatie te beheren en te herschikken. Om de gevestigde orde te vrijwaren, de orde van de overheersers van deze wereld.
De besparingsmaatregelen diepen slechts de reeds bestaande kloof tussen rijk en arm verder uit. Want het geld behoort de armen niet toe, dat is alom geweten. Hoe minder geld je hebt, hoe meer ze je het afnemen, hoe meer je degenen die het wel hebben verrijkt.
En de heersers verschaffen zich de middelen om ons de bittere pil te doen slikken. Controles van alle slag worden heviger en de angst voor de economische en politionele repressie duwen naar berusting. De sociale Staat verhindert dat er directe solidariteit wordt opgebouwd en wiegt de revoltes in slaap onder het mom van bemiddeling die altijd tussenpersoon speelt in al onze verhoudingen. Met het vooruitzicht van ontevredenheden die vast en zeker op verschillende manieren de kop zullen opsteken, worden de opsluitingsplaatsen vermenigvuldigd, wordt het politie-arsenaal meer verscheiden en elk jaar uitgebreid, worden elke dag nieuwe jobs van bewakers en security gecreëerd.
In deze “periode van crisis” kunnen de deurwaarders zich dus maar over één ding beklagen: dat ze té veel werk hebben. In een wereld waar alles een prijs heeft, waar het geld onontbeerlijk is voor het overleven, is géén geld hebben een misdaad. De deurwaarders zijn er om ons daaraan te herinneren. Je beurs of je leven...
Het is hun rol om ons te doen ophoesten wat we niet konden betalen; om ons het weinige dat we hebben af te nemen... en ons daarbij zou nodig de vernieling in te jagen. Er is geen enkele dialoog mogelijk, ze zijn gezworen. Ze hebben de eed gezworen voor de autoriteit van de rijken. En dat is volop in hun eigen belang want ze bedienen zichzelf rijkelijk bij de uitoefening van hun ambt. Zij varen wel degelijk wel bij onze ellende.
Een onbetaalde boete, een lening die we niet kunnen afbetalen, té gepeperde rekeningen, jobverlies, uitsluiting van werkloosheidsuitkeringen, een onvoorziene ziekte... de omstandigheden die ons in contact brengen met de bloedzuigers-deurwaarders zijn talrijk en zullen alleen nog maar talrijker worden.
Maar Meneer de Deurwaarder staat altijd klaar om zijn zakken te vullen. Eerst oefent hij mentale druk uit je postbus te overspoelen met droge en vaak onverstaanbare brieven. De aankondiging van de vijandelijkheden. Hij zal niet aarzelen om rekeningen te blokkeren en het weinige dat erop staat in beslag te nemen. Als dat niet volstaat, komt hij, vergezeld van zijn vrienden flikken en slotenmakers, aan je deur kloppen om je kaal te plukken. Hij zal alles meenemen en je achterlaten met een gemengd gevoel van woede en vernedering. Deze legale diefstal heeft een prijs en wederom is het aan ons om die te betalen.
Laten we daarom vanaf dit eigenste moment handelen. Banden van solidariteit smeden die ons toelaten om te strijden tegen onze vijanden die ons uithongeren. Laten we samen de middelen vinden om ons te verzetten tegen onteigeningen, het afsluiten van water, gas en elektriciteit, tegen uitzettingen.
Laten we weigeren om degenen wiens buik reeds op springen staat nog langer vet te mesten.
Het hangt slechts van onszelf af om ons te ontdoen van de uitbuiters en alle profiteurs van de ellende te elimineren uit onze levens. Laten we de vrijheid nemen om eindelijk te LEVEN.
________________________________________________
Aan de heer Louis Sié, be-eedigd gerechtsdeurwaarder
AANMANING
Gezien de rol van de deurwaarders is om te helpen met de bewaring van de orde van de rijken.
Gezien ze behoren tot degenen die zich vetmesten op onze ellende.
Gezien ze in deze periode van crisis, zich alleen maar kunnen beklagen over een té veel aan werk.
Gezien de wet de deurwaarders toelaat om onze levens binnen te dringen, ze tot geld te maken en ze zo nodig te verwoesten.
Gezien de deurwaarders niet aarzelen om zich te laten begeleiden door een slotenmaker en een agent om ons te doen ophoesten wat we niet hebben kunnen betalen.
Gezien wij Staat noch Wet erkennen.
Gezien wij alle dialoog met hun tussenpersonen weigeren.
Laten we alle middelen uit de kast halen om ons te ontdoen van deze bloedzuigers en onze levens in eigen handen nemen!
Volgende uit aangehaalde elementen, beslissen wij om op deze dag van het jaar tweeduizend en twaalf, over te gaan tot de publieke verstoring van de werking van een deurwaarderskantoor.
________________________________________________
Pas d'pitié pour les huissiers
(Sur l'air de Mylord - Edith Piaf)
Ne venez pas Mylord
Messieurs les huissier
Faut même pas essayer
D'venir nous expulser!
Si jamais malgré tout
Vous approchez d'chez nous
Vous serez bien reçus
A grosses volées d'cailloux...
Avec votre serrurier
Et puis votre policier
Tranquilles vous v'nez toquer
Et vous v'nez tout vider
A vous tous qui vivez
Sur notre pauvreté
On s'laissera pas piller
Sans vous en faire baver...
A toutes les charognes
Qui s'en foutent plein les pognes
Qui vivent de notre misère
"Rendez vous au cimetière!"
Si jamais vous flippez
Faut changer demétier
Y a pas de bons huissiers
Comme y a pas d'bons policiers...
Arm
Vaak hebben we de neiging om slechts aandacht te schenken aan wat materieel is, aan wat in aantallen meetbaar is. Zo worden we er bijvoorbeeld toe gebracht om de ellende die in deze maatschappij welig tiert uitsluitend vanuit de hoek van materiële armoede, met andere woorden, van het gebrek aan geld, te beschouwen. Maar het kapitalisme ontneemt ons niet enkel de materiële middelen om te leven zoals wijzelf willen. Het verplicht ons niet enkel om te gaan werken of te knielen voor de instellingen van de 'sociale staat'. Het legt ons niet enkel op om te krabbelen en te overleven in een omgeving die vervuild is door de industrie, vergiftigd door haar productie van zinloze en schadelijke voorwerpen, bestraald door haar geweldige nucleaire instrument waarmee iedereen nog afhankelijker gemaakt wordt van de Staat en van haar specialisten gezien de risico's en rampen die het nucleaire met zich meebrengt. Nee, het is niet enkel dat.
Misschien nog erger dan de materiële verarming, is de emotionele ellende die deze maatschappij overheerst. Een emotionele ellende veroorzaakt door het geheel van sociale verhoudingen die aan de wereld de lelijke kop geven die 'em heeft. Je valt van depressie in depressie, je ziet zelfdoding na zelfdoding, je leeft relaties en verhoudingen doordrongen van wantrouwen, concurrentie, geweld en hypocrisie. De veelkleurige drugs verhullen ons enkele momenten de brute en lelijke werkelijkheid. Onze dromen en verlangens gaan niet verder dan de horizon van wat bestaat; het avontuur, het onbekende, de hartstocht... zijn verbannen en je kan die slechts ervaren in derde persoon (films, videospelletjes,...). Het verdriet ketent ons evenzeer als de schaduw van de gevangenis, de kerker van de job en de nood aan geld.
Deze wereld heeft zelfs een heel palet aan « genezers » en « remedies » uitgevonden voor deze minder « zichtbare », meer inwendige ellende. Van psychiaters tot psychologen, van drugs tot antidepressiva, van « ventielmomenten » zoals de zaterdagavond in de disco en de volgende dag op de voetbalmatch tot de spektakels van geluk waar je toeschouwer bent vanachter één of ander scherm (interactief zoals het internet of passief zoals de televisie)... er is een hele markt voor de affectieve en emotionele ellende. Evenwel: nog minder dan de materiële ellende, zal geen enkele « remedie » ooit volstaan. Het verdriet keert altijd weer, klampt zich vast aan het menselijke wezen, achtervolgt het en tackelt het tegen de grond...
Maar er is ook een andere kant. Goed verborgen door de macht, lekker ver weg gestopt door de sociale gewoonte, flink verstikt door de sociale orde. Het is evenwel geen vluchtweg, het is geen definitief adieu aan het verdriet, maar het is wel een begin: vanaf het moment dat we beslissen om niet langer te ondergaan, maar te handelen; om niet langer te berusten, maar om te revolteren; om ons niet langer voort te slepen, maar te leven.... begint het verdriet weg te smelten. Wanneer we in opstand komen, zetten we niet alleen een offensieve stap tegen wat ons verstikt en onderdrukt, maar veroveren we, en dat is misschien wel het belangrijkste, de vreugde om te leven, de vrolijkheid van de relaties tussen medeplichtige opstandelingen, de vrankheid en stoutmoedigheid in wat we denken en doen. Het « geluk » zit immers niet in de opstapeling van geld, in de uitoefening van macht over anderen, in één of ander hiernamaals, maar bijvoorbeeld in de zachte coherentie tussen wat we denken en wat we doen. Het verdriet komt voort uit het feit dat we er niet meer in slagen om onszelf te herkennen wanneer we in de spiegel kijken, om onszelf recht in de ogen te kijken. Dat de generositeit van ons wezen, van ons denken, van onze daden vervangen wordt door wantrouwen, terughoudendheid, teruggetrokkenheid. Dat ons leven geen enkele waarde lijkt te hebben, want deze wereld zal dat er nooit aan geven. Dat we opgehouden hebben om te proberen het vermogen te veroveren om zelf waarde te geven aan onze levens.
Ja... alle rijkdom van onze levens ligt daar voor onze ogen. Het volstaat om de armen uit te strekken, handen gewapend met vertrouwen, ideeën en vrijheid. Want in de inspanning van de vrijheid, in de revolte tegen een bestaande dat ontdaan is van alle betekenis, zullen we de schaduwen uit onze harten jagen.
Misschien nog erger dan de materiële verarming, is de emotionele ellende die deze maatschappij overheerst. Een emotionele ellende veroorzaakt door het geheel van sociale verhoudingen die aan de wereld de lelijke kop geven die 'em heeft. Je valt van depressie in depressie, je ziet zelfdoding na zelfdoding, je leeft relaties en verhoudingen doordrongen van wantrouwen, concurrentie, geweld en hypocrisie. De veelkleurige drugs verhullen ons enkele momenten de brute en lelijke werkelijkheid. Onze dromen en verlangens gaan niet verder dan de horizon van wat bestaat; het avontuur, het onbekende, de hartstocht... zijn verbannen en je kan die slechts ervaren in derde persoon (films, videospelletjes,...). Het verdriet ketent ons evenzeer als de schaduw van de gevangenis, de kerker van de job en de nood aan geld.
Deze wereld heeft zelfs een heel palet aan « genezers » en « remedies » uitgevonden voor deze minder « zichtbare », meer inwendige ellende. Van psychiaters tot psychologen, van drugs tot antidepressiva, van « ventielmomenten » zoals de zaterdagavond in de disco en de volgende dag op de voetbalmatch tot de spektakels van geluk waar je toeschouwer bent vanachter één of ander scherm (interactief zoals het internet of passief zoals de televisie)... er is een hele markt voor de affectieve en emotionele ellende. Evenwel: nog minder dan de materiële ellende, zal geen enkele « remedie » ooit volstaan. Het verdriet keert altijd weer, klampt zich vast aan het menselijke wezen, achtervolgt het en tackelt het tegen de grond...
Maar er is ook een andere kant. Goed verborgen door de macht, lekker ver weg gestopt door de sociale gewoonte, flink verstikt door de sociale orde. Het is evenwel geen vluchtweg, het is geen definitief adieu aan het verdriet, maar het is wel een begin: vanaf het moment dat we beslissen om niet langer te ondergaan, maar te handelen; om niet langer te berusten, maar om te revolteren; om ons niet langer voort te slepen, maar te leven.... begint het verdriet weg te smelten. Wanneer we in opstand komen, zetten we niet alleen een offensieve stap tegen wat ons verstikt en onderdrukt, maar veroveren we, en dat is misschien wel het belangrijkste, de vreugde om te leven, de vrolijkheid van de relaties tussen medeplichtige opstandelingen, de vrankheid en stoutmoedigheid in wat we denken en doen. Het « geluk » zit immers niet in de opstapeling van geld, in de uitoefening van macht over anderen, in één of ander hiernamaals, maar bijvoorbeeld in de zachte coherentie tussen wat we denken en wat we doen. Het verdriet komt voort uit het feit dat we er niet meer in slagen om onszelf te herkennen wanneer we in de spiegel kijken, om onszelf recht in de ogen te kijken. Dat de generositeit van ons wezen, van ons denken, van onze daden vervangen wordt door wantrouwen, terughoudendheid, teruggetrokkenheid. Dat ons leven geen enkele waarde lijkt te hebben, want deze wereld zal dat er nooit aan geven. Dat we opgehouden hebben om te proberen het vermogen te veroveren om zelf waarde te geven aan onze levens.
Ja... alle rijkdom van onze levens ligt daar voor onze ogen. Het volstaat om de armen uit te strekken, handen gewapend met vertrouwen, ideeën en vrijheid. Want in de inspanning van de vrijheid, in de revolte tegen een bestaande dat ontdaan is van alle betekenis, zullen we de schaduwen uit onze harten jagen.
De fabriek der instemming
Tot tweemaal toe heeft het Nucleair Forum, de woordvoerder van de Belgische kernlobby, ons overspoeld met haar propagandacampagnes. In 2010, was het « voor of tegen kernenergie », ieder die tegen was, werd afgeschilderd als voorvechters van de terugkeer naar de kaars. Vorige maand speelde het forum haar « burgerkaart » uit : ieder werd uitgenodigd om zijn vragen te stellen over het nucleaire. Vandaar de interactieve schermen in de treinstations, de affiches aan de tramhaltes en op straat, de postkaarten in overvloed.
Meer dan de voortzetting van het kernprogramma probeert het forum ons een visie op de wereld te verkopen. Voor haar visie van een gelukkig bestraalde wereld, zijn alle middelen goed om ons de onvermijdelijkheid van het nucleaire en alles wat daarmee gepaard gaat te doen aanvaarden.
Deze campagnes dienen als democratisch lokaas om de voortzetting van een schadelijk maar profijtelijk programma te legitimeren. In het dupespel van de democratie hebben we de wetenschappers om de radioactieve vis te verdrinken in een stroom van geruststellende cijfers en normen. We hebben de Staat om er een democratische façade aan te geven. En wij, wij worden verondersteld om die hele maskerade te slikken.
Aan ons om te beslissen of we willen meedoen aan dit dupespel. Andere werelden zijn altijd mogelijk tegenover de enige wereld van het nucleaire met haar zogenaamd niet-overstijgbare horizon. Het komt aan éénieder toe om zich in daad en gedachte uit te rusten tegen de kleine soldaatjes en de grote generaals van het eenheidsdenken. Het is aan ons om elkaar te ontmoeten, misschien rondom deze tekst en alle anderen die nog geschreven kunnen worden. Aan ons om de kunst van het gesprek en de straatdiscussies opnieuw te ontdekken en zo greep te krijgen op onze levens.
Voor wat theoretische instrumenten, ideeën en praktijken om te strijden tegen de compressorplaten van de nucleaire propaganda... zie http://lesliquidateursduvieuxmonde.wordpress.com
[Vertaalde tekst van een affiche die langs het parcours hing tijdens de anti-nucleaire betoging in Brussel, één jaar na de kernramp in Fukushima (Japan), 11 maart]
Meer dan de voortzetting van het kernprogramma probeert het forum ons een visie op de wereld te verkopen. Voor haar visie van een gelukkig bestraalde wereld, zijn alle middelen goed om ons de onvermijdelijkheid van het nucleaire en alles wat daarmee gepaard gaat te doen aanvaarden.
Deze campagnes dienen als democratisch lokaas om de voortzetting van een schadelijk maar profijtelijk programma te legitimeren. In het dupespel van de democratie hebben we de wetenschappers om de radioactieve vis te verdrinken in een stroom van geruststellende cijfers en normen. We hebben de Staat om er een democratische façade aan te geven. En wij, wij worden verondersteld om die hele maskerade te slikken.
Aan ons om te beslissen of we willen meedoen aan dit dupespel. Andere werelden zijn altijd mogelijk tegenover de enige wereld van het nucleaire met haar zogenaamd niet-overstijgbare horizon. Het komt aan éénieder toe om zich in daad en gedachte uit te rusten tegen de kleine soldaatjes en de grote generaals van het eenheidsdenken. Het is aan ons om elkaar te ontmoeten, misschien rondom deze tekst en alle anderen die nog geschreven kunnen worden. Aan ons om de kunst van het gesprek en de straatdiscussies opnieuw te ontdekken en zo greep te krijgen op onze levens.
Voor wat theoretische instrumenten, ideeën en praktijken om te strijden tegen de compressorplaten van de nucleaire propaganda... zie http://lesliquidateursduvieuxmonde.wordpress.com
[Vertaalde tekst van een affiche die langs het parcours hing tijdens de anti-nucleaire betoging in Brussel, één jaar na de kernramp in Fukushima (Japan), 11 maart]
Tegen de hogesnelheidstrein
Van strijd in Italië naar Brussel-Zuid
Het Noorden van Italië, de gebergde grensstreek met Frankrijk, is al meer dan 20 jaar lang het strijdtoneel van een gevecht tegen een nieuwe lijn voor de hogesnelheidstrein. Een traject dat een trein doorheen de bergen moet doen vliegen, een traject dat Italië op een zoef verbindt met centraal Europa en op haar weg enkel verwoesting achterlaat; van een zoveelste brute verminking van de natuur, tot grondverzakkingen in de stad die zorgen voor de vernieling van talrijke woningen. Elke keer wanneer dit pijlsnelle tuig ergens passeert, en we onze oren vlug dichtduwen en onze ogen afwenden, worden we onafwendbaar herinnert aan de mateloze agressie waarmee het kapitaal onze tijd, onze ruimte, onze gedachten en ons gevoel aan flarden scheurt.
Misschien stop je hier al weer met lezen, omdat je denkt: wat hebben wij met Italië te maken, wat kan ons de natuur schelen of de schoonheid en rust van de bergen terwijl wij leven in de metropool, gekneld tussen autostrade, industrie en een verbrandingsoven? Wat kan ons het geweld van een trein die door de bergen raast raken, wanneer we elke dag omringt worden door geweld in duizend vormen, zo veel geweld dat we er ongevoelig voor geworden zijn? Wie geeft er iets om dat er ergens mensen vechten tegen snelheid, terwijl we hier niets liever zouden willen dan dat de tijd wat sneller gaat?
Soms komt het er niet zozeer op aan om de dingen met elkaar in oppositie te zetten, maar eerder om ze te verbinden. Om te kijken waar de hogesnelheidstrein ook ons leven raakt bijvoorbeeld. Laten we een poging ondernemen. Voor ons hebben we de plattegrond van Brussel liggen, en we zoemen in op Brussel-Zuid, internationaal treinstation. Hier lopen de rails naartoe waarop maar liefst vier verschillende hogesnelheidsfirma's hun alles verwoestend tuig laten sporen: de Thalys uit Duitsland naar Frankrijk, de ICE die Brussel met verschillende Duitse steden verbindt, de TGV naar het zuiden van Frankrijk en de Eurostar, van Brussel naar Londen. Binnenkort een vijfde: FYRA, van Brussel naar Amsterdam. En ook ICE is bezig met het uitbreiden van hun aanbod: van Duitsland over Brussel naar Engeland. 48 keer per dag komt de hoge snelheidstrein ons leven hier in Brussel binnengereden. Tegen welke prijs?
De lens richt zich op Sint-Gillis, en bas. Het arme deel van de gemeente. Zoals in zovele Brusselse gemeentes, leeft arm hier niet zover naast rijk, en is men druk aan het werk om arm wat weg te duwen om er meer rijk voor in de plaats te installeren. Sint-Gillis en bas, vlak naast het Zuidstation. Naast dit station, deze plek waar het leven getransformeerd wordt tot snelheid en geld, leven er mensen. Gekneld tussen de sloop van huizen voor hotel en restaurants beneden, en een invasie van onwetende bobo's, boven. Gekneld tussen de noodzaak van geld om te overleven en de gevangenis in dezelfde gemeente waar velen die de wet overtreden ontvangen worden. Maar uiteraard gaat dit verhaal niet enkel over Sint-Gillis, de logica en de verwoesting van het kapitaal zijn overal terug te vinden.
Focus op de Europese wijk, pal in Sint-Joost gelegen. Gemeente waar de meeste armen wonen, niet enkel van Brussel, maar van heel België. Europese wijk, waar de instellingen zich opstapelen, waar de rijken en de machtigen van over de hele Europese Unie samenkomen om te beslissen over het leven en de toekomst. Waar de vetzakken in maatpak elkaar ontmoeten met champagne en kaviaar om te beslissen hoeveel ze willen besparen. Brussel, hart van Europa, kruispunt van handelsrelaties, en politieke beslissingen. Vandaar al die hogesnelheidstreinen, dat spreekt voor zich. Het gespuis dat elkaar in Brussel ontmoet, heeft nood aan transport om er heen te gaan, en aan een zo hoog mogelijke snelheid. Natuurlijk wordt er niet gemaald om wat er onderweg verwoest wordt, deze maffia denkt enkel aan business en macht.
Maar het is niet alleen een kwestie van geld. Alle laptops en smartphones die gepikt worden rond het Zuid-station op een hoop en nog zullen we niet gelukkig zijn. Noch een kwestie van een specifieke ruimte, het gaat er niet over om het plaatsje dat ze ons tot nu toe in Brussel toelieten te verdedigen. Er is méér aan de hand. Het gaat ook over de manier waarop we in het leven staan, een manier die ons aan de hoge snelheidstrein doet denken, een manier die nodig is voor het verder draaien van deze machine die we zo verachten. Opgezweept door de tijd, opgejaagd doorheen de ruimte, met de gsm als ritme van de flexibiliteit en de controle. Het leven in stukken gekapt. Tien keer van gedaante verwisselen per dag omdat elke omgeving van ons een ander gedrag vereist. Vervreemd van de tijd, vervreemd van de ruimte, van onszelf en de anderen. Wanneer we strijden, aanvallen, de verantwoordelijken voor deze rotzooi in het gezicht spuwen, moeten we ook het experiment aangaan, het experiment van een ander leven. Want dit is hetgeen waarvoor we strijden: een ander leven.
Het is geen kwestie van seconden. Het komt er niet op aan sneller te zijn dan de trein die voor onze neus accelereert. Net als het belang niet ligt in de ruimtelijke afstanden die we steeds sneller en ten koste van alles wat er op de weg ligt kunnen overbruggen. Het nieuwe ligt niet verborgen in een citytrip tussendoor, maar zit verscholen als een mogelijkheid in onszelf. Als we de tijd overboord gooien, spannen we de ervaring zo lang uit als wij dat willen. Net als we met gesloten ogen het elders hierheen kunnen brengen.
Het komt erop aan dat we nieuwe mogelijkheden openbreken, die we kunnen verbinden met anderen, doorheen de tijd, en de ruimte. Het verleden en het elders sluipen binnen in het heden en het hier. Het komt erop aan offensief te zijn, met de glimlach, gewapend en vreugdevol. De subversie is het leven dat niet langer opgesloten en vastgeroest zit, maar een vrije ontdekking is.
Het Noorden van Italië, de gebergde grensstreek met Frankrijk, is al meer dan 20 jaar lang het strijdtoneel van een gevecht tegen een nieuwe lijn voor de hogesnelheidstrein. Een traject dat een trein doorheen de bergen moet doen vliegen, een traject dat Italië op een zoef verbindt met centraal Europa en op haar weg enkel verwoesting achterlaat; van een zoveelste brute verminking van de natuur, tot grondverzakkingen in de stad die zorgen voor de vernieling van talrijke woningen. Elke keer wanneer dit pijlsnelle tuig ergens passeert, en we onze oren vlug dichtduwen en onze ogen afwenden, worden we onafwendbaar herinnert aan de mateloze agressie waarmee het kapitaal onze tijd, onze ruimte, onze gedachten en ons gevoel aan flarden scheurt.
Misschien stop je hier al weer met lezen, omdat je denkt: wat hebben wij met Italië te maken, wat kan ons de natuur schelen of de schoonheid en rust van de bergen terwijl wij leven in de metropool, gekneld tussen autostrade, industrie en een verbrandingsoven? Wat kan ons het geweld van een trein die door de bergen raast raken, wanneer we elke dag omringt worden door geweld in duizend vormen, zo veel geweld dat we er ongevoelig voor geworden zijn? Wie geeft er iets om dat er ergens mensen vechten tegen snelheid, terwijl we hier niets liever zouden willen dan dat de tijd wat sneller gaat?
Soms komt het er niet zozeer op aan om de dingen met elkaar in oppositie te zetten, maar eerder om ze te verbinden. Om te kijken waar de hogesnelheidstrein ook ons leven raakt bijvoorbeeld. Laten we een poging ondernemen. Voor ons hebben we de plattegrond van Brussel liggen, en we zoemen in op Brussel-Zuid, internationaal treinstation. Hier lopen de rails naartoe waarop maar liefst vier verschillende hogesnelheidsfirma's hun alles verwoestend tuig laten sporen: de Thalys uit Duitsland naar Frankrijk, de ICE die Brussel met verschillende Duitse steden verbindt, de TGV naar het zuiden van Frankrijk en de Eurostar, van Brussel naar Londen. Binnenkort een vijfde: FYRA, van Brussel naar Amsterdam. En ook ICE is bezig met het uitbreiden van hun aanbod: van Duitsland over Brussel naar Engeland. 48 keer per dag komt de hoge snelheidstrein ons leven hier in Brussel binnengereden. Tegen welke prijs?
De lens richt zich op Sint-Gillis, en bas. Het arme deel van de gemeente. Zoals in zovele Brusselse gemeentes, leeft arm hier niet zover naast rijk, en is men druk aan het werk om arm wat weg te duwen om er meer rijk voor in de plaats te installeren. Sint-Gillis en bas, vlak naast het Zuidstation. Naast dit station, deze plek waar het leven getransformeerd wordt tot snelheid en geld, leven er mensen. Gekneld tussen de sloop van huizen voor hotel en restaurants beneden, en een invasie van onwetende bobo's, boven. Gekneld tussen de noodzaak van geld om te overleven en de gevangenis in dezelfde gemeente waar velen die de wet overtreden ontvangen worden. Maar uiteraard gaat dit verhaal niet enkel over Sint-Gillis, de logica en de verwoesting van het kapitaal zijn overal terug te vinden.
Focus op de Europese wijk, pal in Sint-Joost gelegen. Gemeente waar de meeste armen wonen, niet enkel van Brussel, maar van heel België. Europese wijk, waar de instellingen zich opstapelen, waar de rijken en de machtigen van over de hele Europese Unie samenkomen om te beslissen over het leven en de toekomst. Waar de vetzakken in maatpak elkaar ontmoeten met champagne en kaviaar om te beslissen hoeveel ze willen besparen. Brussel, hart van Europa, kruispunt van handelsrelaties, en politieke beslissingen. Vandaar al die hogesnelheidstreinen, dat spreekt voor zich. Het gespuis dat elkaar in Brussel ontmoet, heeft nood aan transport om er heen te gaan, en aan een zo hoog mogelijke snelheid. Natuurlijk wordt er niet gemaald om wat er onderweg verwoest wordt, deze maffia denkt enkel aan business en macht.
Maar het is niet alleen een kwestie van geld. Alle laptops en smartphones die gepikt worden rond het Zuid-station op een hoop en nog zullen we niet gelukkig zijn. Noch een kwestie van een specifieke ruimte, het gaat er niet over om het plaatsje dat ze ons tot nu toe in Brussel toelieten te verdedigen. Er is méér aan de hand. Het gaat ook over de manier waarop we in het leven staan, een manier die ons aan de hoge snelheidstrein doet denken, een manier die nodig is voor het verder draaien van deze machine die we zo verachten. Opgezweept door de tijd, opgejaagd doorheen de ruimte, met de gsm als ritme van de flexibiliteit en de controle. Het leven in stukken gekapt. Tien keer van gedaante verwisselen per dag omdat elke omgeving van ons een ander gedrag vereist. Vervreemd van de tijd, vervreemd van de ruimte, van onszelf en de anderen. Wanneer we strijden, aanvallen, de verantwoordelijken voor deze rotzooi in het gezicht spuwen, moeten we ook het experiment aangaan, het experiment van een ander leven. Want dit is hetgeen waarvoor we strijden: een ander leven.
Het is geen kwestie van seconden. Het komt er niet op aan sneller te zijn dan de trein die voor onze neus accelereert. Net als het belang niet ligt in de ruimtelijke afstanden die we steeds sneller en ten koste van alles wat er op de weg ligt kunnen overbruggen. Het nieuwe ligt niet verborgen in een citytrip tussendoor, maar zit verscholen als een mogelijkheid in onszelf. Als we de tijd overboord gooien, spannen we de ervaring zo lang uit als wij dat willen. Net als we met gesloten ogen het elders hierheen kunnen brengen.
Het komt erop aan dat we nieuwe mogelijkheden openbreken, die we kunnen verbinden met anderen, doorheen de tijd, en de ruimte. Het verleden en het elders sluipen binnen in het heden en het hier. Het komt erop aan offensief te zijn, met de glimlach, gewapend en vreugdevol. De subversie is het leven dat niet langer opgesloten en vastgeroest zit, maar een vrije ontdekking is.
Dames en heren,
“Dames en heren, welkom aan boord van de trein met bestemming de volgende belangrijke stad vanuit economisch en politiek standpunt. Neem plaats, want over enkele ogenblikken zullen wij de hoofdstad van Europa achter ons laten en vertrekken naar uw vastgelegde bestemming. We gaan er in rechte lijn naartoe, alles zonder verrassingen, zoals het leven zelf goed onder controle. Daarenboven zullen we er alles aan doen om er aan hoge snelheid toe te komen, want time is money en het leven een concurrentiewedren.
Ondertussen, dames en heren, zullen we er eveneens alles aan doen opdat u in alle rust kan reizen en niet al té zeer verstoord wordt door de strijd tegen de TGV in Italië, waar van in het noorden tot in het zuiden recentelijk talrijke blokkades plaatsvonden nadat de ordediensten een weerstandskamp waren binnengevallen in de bergen van Val Susa en daarbij een anarchist van een elektriciteitspyloon deden storten. We zullen er alles aan doen opdat uw reis niet verstoord zal worden zoals recentelijk het geval was in Lyon waar solidaire woedenden zand smeten om de stroomkabels van de TGV, wat aanzienlijke vertragingen tot gevolg had. We zullen er alles aan doen opdat uw reis niet onderbroken zal worden, zoals dat vorige week het geval was in Chambery, waar de TGV-lijn Lyon-Turijn met drie brandaanvallen tegen de signalisatiekabels naast de spoorweg gesaboteerd werden, waardoor tientallen treinen afgeschaft werden. We zullen er alles aan doen opdat u, onze klanten, niets zullen merken van de solidariteit die in de praktijk gebracht wordt met de strijd tegen de nieuwe TGV-lijn in aanbouw tussen Lyon en Turijn doorheen het Italiaanse Val Susa. Opdat u zich veilig en geborgen zou kunnen voelen in uw zeepbel van geld en snelheid.
En uiteraard, voor we het vergeten: wees oplettend voor pickpockets, hou uw pc en uw gsm bij u, want er zijn overal armen die weten waar ze het geld kunnen halen en u zal altijd een mogelijk doelwit blijven. Hou uw technologische instrumenten dus goed bij u, want we weten allemaal dat men niet meer zonder kan leven in deze wereld van business en flexibiliteit.
Dames en heren, het personeel aan boord van deze trein wenst u een aangename reis, en vergeet vooral niet om u spontaan en met een beleefde glimlach te laten controleren. Want de controle belangt ons allen aan en moet een daad van wederzijdsheid zijn.”
Ondertussen, dames en heren, zullen we er eveneens alles aan doen opdat u in alle rust kan reizen en niet al té zeer verstoord wordt door de strijd tegen de TGV in Italië, waar van in het noorden tot in het zuiden recentelijk talrijke blokkades plaatsvonden nadat de ordediensten een weerstandskamp waren binnengevallen in de bergen van Val Susa en daarbij een anarchist van een elektriciteitspyloon deden storten. We zullen er alles aan doen opdat uw reis niet verstoord zal worden zoals recentelijk het geval was in Lyon waar solidaire woedenden zand smeten om de stroomkabels van de TGV, wat aanzienlijke vertragingen tot gevolg had. We zullen er alles aan doen opdat uw reis niet onderbroken zal worden, zoals dat vorige week het geval was in Chambery, waar de TGV-lijn Lyon-Turijn met drie brandaanvallen tegen de signalisatiekabels naast de spoorweg gesaboteerd werden, waardoor tientallen treinen afgeschaft werden. We zullen er alles aan doen opdat u, onze klanten, niets zullen merken van de solidariteit die in de praktijk gebracht wordt met de strijd tegen de nieuwe TGV-lijn in aanbouw tussen Lyon en Turijn doorheen het Italiaanse Val Susa. Opdat u zich veilig en geborgen zou kunnen voelen in uw zeepbel van geld en snelheid.
En uiteraard, voor we het vergeten: wees oplettend voor pickpockets, hou uw pc en uw gsm bij u, want er zijn overal armen die weten waar ze het geld kunnen halen en u zal altijd een mogelijk doelwit blijven. Hou uw technologische instrumenten dus goed bij u, want we weten allemaal dat men niet meer zonder kan leven in deze wereld van business en flexibiliteit.
Dames en heren, het personeel aan boord van deze trein wenst u een aangename reis, en vergeet vooral niet om u spontaan en met een beleefde glimlach te laten controleren. Want de controle belangt ons allen aan en moet een daad van wederzijdsheid zijn.”
Vertel mij over… de vrijheid, ik luister naar je...
« Maar voor jullie, wat betekent dat, vrijheid ? » En hij keek naar ons, alsof dat een alledaagse vraag was, één die je stelt wanneer je iemand tegenkomt. Alsof het over een onderwerp ging dat vaak bediscussieerd wordt, een onderwerp dat gedefinieerd moet worden. Mij liet ze verrast achter, deze vraag, deze mooie vraag. Ik wist niet wat te antwoorden. Maar we waren daar met een dertigtal, en er waren anderen die hun visie begonnen uit te leggen.
We waren daar met een dertigtal in die ruimte, een dertigtal rebellen vanuit verschillende contexten, landen, omgevingen. Hetgeen ons samenbracht was een discussie over de strijd van de haragas in Parijs. Hij en zijn vriend kwamen uit de Maghreb, twee jongens van de duizenden die de grenzen van Europa overgestoken hebben tijdens de Arabische lente, op zoek naar de vrijheid.
Maar los daarvan, en dieper dan dat, was hetgeen ons samenbracht in die ruimte de strijd die we allen deelden, de strijd voor de vrijheid. We deelden een jarenlang parcours van revolte, of simpelweg één van een ogenblik of twee en we gaven niet dezelfde invulling aan het woord “vrijheid”. Dat is niet belangrijk, het feit van er samen over na te denken, erover te praten, er in het openbaar over te discussiëren, leek me belangrijker dan dat. Het was een uitzonderlijk moment.
Ik heb zojuist het één en het ander gelezen dat één van de vaders van de anarchistische ideeën, Michael Bakoenin, over het onderwerp geschreven heeft. Hij heeft een grote indruk op me achtergelaten. In twee zinnen, hetgeen hij belangrijk vindt is dat de vrijheid een sociale verhouding is, hetgeen betekent dat de vrijheid nooit in isolement bestaat, maar dat ze zich vormgeeft in onze banden met anderen en breder gezien in de samenleving. Vervolgens heeft hij een visie op zijn persoonlijke vrijheid als iets dat noodzakelijk verbonden is met de vrijheid van de ander. Zolang de ander niet vrij is, zullen we nooit vrij zijn. Of in een positieve bewoording: de vrijheid van de andere maakt mij vrijer.
« Vrij zijn betekent voor de mens als zodanig erkend, beschouwd en behandeld te worden door een ander, door alle mensen die hem omgeven. De vrijheid is geen zaak van isolement, maar van een wisselwerking, niet van uitsluiting maar integendeel van verbinding – de vrijheid van ieder individu is immers niets anders dan de weerspiegeling van zijn menselijkheid of menselijk recht in het bewustzijn van alle vrije mensen, van zijn broeders, zijn gelijken. … Ik ben niet werkelijk vrij wanneer niet alle menselijke wezens om mij heen, mannen en vrouwen, eveneens vrij zijn. De vrijheid van anderen, verre van een beperking of ontkenning van mijn vrijheid te zijn, is integendeel de noodzakelijke voorwaarde en bevestiging ervan. Ik word slechts werkelijk vrij door de vrijheid van anderen, en wel zo dat naarmate de vrije mensen om mij heen talrijker zijn en hun vrijheid dieper en groter is, mijn eigen vrijheid omvangrijker, dieper en groter wordt. De slavernij van de mensen vormt daarentegen een hinderpaal, voor mijn vrijheid, of anders gezegd, hun beestachtigheid is een ontkenning van mijn menselijkheid omdat nogmaals – ik mij slechts werkelijk vrij kan noemen wanneer mijn vrijheid of, wat op hetzelfde neerkomt, wanneer mijn menselijke waardigheid, mijn menselijk recht dat erin bestaat geen enkel ander mens te gehoorzamen en mijn daden slechts overeenkomstig mijn eigen overwegingen te bepalen, wordt weerspiegeld door ieders even vrije bewustzijn en mij bevestigd door ieders instemming. Mijn aldus door ieders vrijheid bevestigde individuele vrijheid strekt zich tot in het oneindige uit. … Men ziet dat de vrijheid volgens (deze) opvatting een zeer positieve, ingewikkelde en vooral bij uitstek maatschappelijke zaak is, omdat zij slechts door de maatschappij verwezenlijkt kan worden en alleen in de striktste gelijkheid en solidariteit van eenieder met allen.» M. Bakoenin
Vandaag de dag zijn gedachten over vrijheid op een radicale manier geëvacueerd uit het collectieve gedachtegoed. Alsof de vraag “Wat is vrijheid?” niet belangrijk is, waardeloos. Er wordt veel gepraat over werk, meer werken en nog meer, gevangenissen, er zijn er nooit genoeg, vlamingen, walen, marokkanen en ik weet niet wat, alsof we nood hebben aan een ‘nationaliteit’ om gelukkig te zijn. En dus, als ik iemand die vraag hoor stellen Wat is vrijheid?, dan luister ik aandachtig. Lucht om te ademen...
Wat is vrijheid? Misschien komt er wel nooit een einde aan deze vraag. We weten niet echt hoe het zou kunnen zijn, om in vrijheid te leven. Om de vrijheid tussen ons allemaal vorm te geven. Het ontbreekt onze lichamen, onze samenlevingen, relaties, onze gedachten zodanig aan haar. Maar de strijd voedt ons met een indruk van wat ze zou kunnen zijn.
Je hebt moed nodig, in het gevecht voor de vrijheid. Want het is niet enkel een gevecht tegen de staat, maar ook een gevecht tegen de samenleving zoals ze er vandaag uitziet. Tegen de verstikkende normen, de gelimiteerde gedachten, de beperkende manieren om tot elkaar in relatie te staan. Het is een gevecht dat eist dat we zelf nadenken en handelen, in vrijheid, zonder dat een ander het ons dicteert.
Voor mij is het belang van de opstanden die de wereld bouleverseren op het moment dat ik deze woorden schrijf en jij ze leest, exact gelinkt aan deze vraag. Er zijn miljoenen mensen in deze wereld die de vrijheid aan het ontdekken zijn, terwijl ze voor haar roepen, voor haar strijden. Op het moment dat we de oude machten en verhalen wegjagen, komt er ruimte vrij om te experimenteren, om zich iets in te beelden, om iets anders te leven.
Een laatste poging dan. Wat is vrijheid? Ze is niet abstract, iets zachts voor na de revolutie, noch vandaag absoluut te bereiken in deze wereld van tralies. Hetgeen voor zich spreekt, is dat ik haar nodig heb, want ik stik in deze wereld van verplichtingen. Dat ze de determinante van mijn welzijn is. Het avontuur dat me verrast en me zin geeft om te leven, de voornaamste reden waarvoor ik strijd, in opstand kom. Ze is de thermometer van de gevoelens tussen jou en mij.
En dus, vertel me over de vrijheid. Ik luister naar je...
We waren daar met een dertigtal in die ruimte, een dertigtal rebellen vanuit verschillende contexten, landen, omgevingen. Hetgeen ons samenbracht was een discussie over de strijd van de haragas in Parijs. Hij en zijn vriend kwamen uit de Maghreb, twee jongens van de duizenden die de grenzen van Europa overgestoken hebben tijdens de Arabische lente, op zoek naar de vrijheid.
Maar los daarvan, en dieper dan dat, was hetgeen ons samenbracht in die ruimte de strijd die we allen deelden, de strijd voor de vrijheid. We deelden een jarenlang parcours van revolte, of simpelweg één van een ogenblik of twee en we gaven niet dezelfde invulling aan het woord “vrijheid”. Dat is niet belangrijk, het feit van er samen over na te denken, erover te praten, er in het openbaar over te discussiëren, leek me belangrijker dan dat. Het was een uitzonderlijk moment.
Ik heb zojuist het één en het ander gelezen dat één van de vaders van de anarchistische ideeën, Michael Bakoenin, over het onderwerp geschreven heeft. Hij heeft een grote indruk op me achtergelaten. In twee zinnen, hetgeen hij belangrijk vindt is dat de vrijheid een sociale verhouding is, hetgeen betekent dat de vrijheid nooit in isolement bestaat, maar dat ze zich vormgeeft in onze banden met anderen en breder gezien in de samenleving. Vervolgens heeft hij een visie op zijn persoonlijke vrijheid als iets dat noodzakelijk verbonden is met de vrijheid van de ander. Zolang de ander niet vrij is, zullen we nooit vrij zijn. Of in een positieve bewoording: de vrijheid van de andere maakt mij vrijer.
« Vrij zijn betekent voor de mens als zodanig erkend, beschouwd en behandeld te worden door een ander, door alle mensen die hem omgeven. De vrijheid is geen zaak van isolement, maar van een wisselwerking, niet van uitsluiting maar integendeel van verbinding – de vrijheid van ieder individu is immers niets anders dan de weerspiegeling van zijn menselijkheid of menselijk recht in het bewustzijn van alle vrije mensen, van zijn broeders, zijn gelijken. … Ik ben niet werkelijk vrij wanneer niet alle menselijke wezens om mij heen, mannen en vrouwen, eveneens vrij zijn. De vrijheid van anderen, verre van een beperking of ontkenning van mijn vrijheid te zijn, is integendeel de noodzakelijke voorwaarde en bevestiging ervan. Ik word slechts werkelijk vrij door de vrijheid van anderen, en wel zo dat naarmate de vrije mensen om mij heen talrijker zijn en hun vrijheid dieper en groter is, mijn eigen vrijheid omvangrijker, dieper en groter wordt. De slavernij van de mensen vormt daarentegen een hinderpaal, voor mijn vrijheid, of anders gezegd, hun beestachtigheid is een ontkenning van mijn menselijkheid omdat nogmaals – ik mij slechts werkelijk vrij kan noemen wanneer mijn vrijheid of, wat op hetzelfde neerkomt, wanneer mijn menselijke waardigheid, mijn menselijk recht dat erin bestaat geen enkel ander mens te gehoorzamen en mijn daden slechts overeenkomstig mijn eigen overwegingen te bepalen, wordt weerspiegeld door ieders even vrije bewustzijn en mij bevestigd door ieders instemming. Mijn aldus door ieders vrijheid bevestigde individuele vrijheid strekt zich tot in het oneindige uit. … Men ziet dat de vrijheid volgens (deze) opvatting een zeer positieve, ingewikkelde en vooral bij uitstek maatschappelijke zaak is, omdat zij slechts door de maatschappij verwezenlijkt kan worden en alleen in de striktste gelijkheid en solidariteit van eenieder met allen.» M. Bakoenin
Vandaag de dag zijn gedachten over vrijheid op een radicale manier geëvacueerd uit het collectieve gedachtegoed. Alsof de vraag “Wat is vrijheid?” niet belangrijk is, waardeloos. Er wordt veel gepraat over werk, meer werken en nog meer, gevangenissen, er zijn er nooit genoeg, vlamingen, walen, marokkanen en ik weet niet wat, alsof we nood hebben aan een ‘nationaliteit’ om gelukkig te zijn. En dus, als ik iemand die vraag hoor stellen Wat is vrijheid?, dan luister ik aandachtig. Lucht om te ademen...
Wat is vrijheid? Misschien komt er wel nooit een einde aan deze vraag. We weten niet echt hoe het zou kunnen zijn, om in vrijheid te leven. Om de vrijheid tussen ons allemaal vorm te geven. Het ontbreekt onze lichamen, onze samenlevingen, relaties, onze gedachten zodanig aan haar. Maar de strijd voedt ons met een indruk van wat ze zou kunnen zijn.
Je hebt moed nodig, in het gevecht voor de vrijheid. Want het is niet enkel een gevecht tegen de staat, maar ook een gevecht tegen de samenleving zoals ze er vandaag uitziet. Tegen de verstikkende normen, de gelimiteerde gedachten, de beperkende manieren om tot elkaar in relatie te staan. Het is een gevecht dat eist dat we zelf nadenken en handelen, in vrijheid, zonder dat een ander het ons dicteert.
Voor mij is het belang van de opstanden die de wereld bouleverseren op het moment dat ik deze woorden schrijf en jij ze leest, exact gelinkt aan deze vraag. Er zijn miljoenen mensen in deze wereld die de vrijheid aan het ontdekken zijn, terwijl ze voor haar roepen, voor haar strijden. Op het moment dat we de oude machten en verhalen wegjagen, komt er ruimte vrij om te experimenteren, om zich iets in te beelden, om iets anders te leven.
Een laatste poging dan. Wat is vrijheid? Ze is niet abstract, iets zachts voor na de revolutie, noch vandaag absoluut te bereiken in deze wereld van tralies. Hetgeen voor zich spreekt, is dat ik haar nodig heb, want ik stik in deze wereld van verplichtingen. Dat ze de determinante van mijn welzijn is. Het avontuur dat me verrast en me zin geeft om te leven, de voornaamste reden waarvoor ik strijd, in opstand kom. Ze is de thermometer van de gevoelens tussen jou en mij.
En dus, vertel me over de vrijheid. Ik luister naar je...
Beste Wensen
Nu de 'feestperiode' weer achter de rug is, wilden we je deze tekst niet ontzeggen, geschreven na afloop van één van die typische familiefeesten...
De vraag komt bijna zo dadelijk… Alsof ze onvermijdelijk is…
Een vraag waarop een honderdtal, nee, misschien zelfs een duizendtal antwoorden mogelijk zijn.
Al snel realiseer je je dat het helemaal niet ging over de mooie dingen die jij in je hoofd had… Deze familieleden, die je slechts eenmaal per jaar ontmoet, polsen niet naar je dromen of ideeën, nee, dat interesseert hen niet. Het is iets anders dat ze weten willen.
Nu het verwachte antwoord uitblijft, hernemen ze de vraag. Dringen zelfs een beetje aan.
Ja, maar wat doe je nu eigenlijk ? De vraag in kwestie doelt op werk, betaald werk wel te verstaan. Het gaat mij hier niet om enkel de vraag, maar wel om de idee dat betaald werk precies het enige is wat iets waard is in deze maatschappij. Het enige wat erkend wordt, wat gevaloriseerd wordt. Werken is wat je doen moet. Wat je levensbestemming hoort te zijn. Willen is er niet bij. Dromen nog minder. Alsof je enkel bestaansrecht hebt in de maatschappij als je uit betaald werken gaat.
Ze laten niet los. Allereerst komt de verwondering; Je moet toch iets doen? In hun intonatie, valt het ongeloof te merken. Alsof ze niet kunnen geloven dat je zou kunnen béstaan zonder een betaalde job. Je werk als het substituut van je identiteit, alsof je je job bént, en niet een individu met ideeën, passies en verlangens. Dat je je tijd weet te vullen met iets anders dan een job. Complete vervreemding troef. Vervreemding van de eigen verlangens en interesses. Een leegte die ingevuld wordt met de verslavende drang naar consumptiegoederen (toerisme inbegrepen).
Na de verwondering, komt het misprijzen en de veroordeling. Maar je moet toch ergens van leven? Je verdient je brood… én dus een plaats in de maatschappij…Alsof je pas « verdient » te leven als je geld verdient. Als je er voor kiest zo weinig mogelijk met geld te maken te hebben, kijken ze je meewarig aan, alsof je gek bent, het niet hebt begrepen. Geld verdienen en uitgeven als levensdoel.
De familie, de « hoeksteen » van de samenleving, als barometer van de maatschappij. De mijne heeft wederom haar plicht gedaan ; de sociale normen zijn gereproduceerd ! Bij het afscheid wensen ze je nog gauw een jaar vol vreugde toe. Wel, ik denk dat zij het harder nodig hebben dan ik…
De vraag komt bijna zo dadelijk… Alsof ze onvermijdelijk is…
Een vraag waarop een honderdtal, nee, misschien zelfs een duizendtal antwoorden mogelijk zijn.
Al snel realiseer je je dat het helemaal niet ging over de mooie dingen die jij in je hoofd had… Deze familieleden, die je slechts eenmaal per jaar ontmoet, polsen niet naar je dromen of ideeën, nee, dat interesseert hen niet. Het is iets anders dat ze weten willen.
Nu het verwachte antwoord uitblijft, hernemen ze de vraag. Dringen zelfs een beetje aan.
Ja, maar wat doe je nu eigenlijk ? De vraag in kwestie doelt op werk, betaald werk wel te verstaan. Het gaat mij hier niet om enkel de vraag, maar wel om de idee dat betaald werk precies het enige is wat iets waard is in deze maatschappij. Het enige wat erkend wordt, wat gevaloriseerd wordt. Werken is wat je doen moet. Wat je levensbestemming hoort te zijn. Willen is er niet bij. Dromen nog minder. Alsof je enkel bestaansrecht hebt in de maatschappij als je uit betaald werken gaat.
Ze laten niet los. Allereerst komt de verwondering; Je moet toch iets doen? In hun intonatie, valt het ongeloof te merken. Alsof ze niet kunnen geloven dat je zou kunnen béstaan zonder een betaalde job. Je werk als het substituut van je identiteit, alsof je je job bént, en niet een individu met ideeën, passies en verlangens. Dat je je tijd weet te vullen met iets anders dan een job. Complete vervreemding troef. Vervreemding van de eigen verlangens en interesses. Een leegte die ingevuld wordt met de verslavende drang naar consumptiegoederen (toerisme inbegrepen).
Na de verwondering, komt het misprijzen en de veroordeling. Maar je moet toch ergens van leven? Je verdient je brood… én dus een plaats in de maatschappij…Alsof je pas « verdient » te leven als je geld verdient. Als je er voor kiest zo weinig mogelijk met geld te maken te hebben, kijken ze je meewarig aan, alsof je gek bent, het niet hebt begrepen. Geld verdienen en uitgeven als levensdoel.
De familie, de « hoeksteen » van de samenleving, als barometer van de maatschappij. De mijne heeft wederom haar plicht gedaan ; de sociale normen zijn gereproduceerd ! Bij het afscheid wensen ze je nog gauw een jaar vol vreugde toe. Wel, ik denk dat zij het harder nodig hebben dan ik…
Berichten van wanorde 27
Scherven – In de gevangenis van Merkplas weigeren een veertigtal gevangenen om na de namiddagwandeling terug te keren naar de cellen. Enkele ramen worden ingegooid. De cipiers roepen de lokale politie erbij, die op hun beurt het interventie eskadron van de federale er moeten bijhalen. Verschillende mensen werden overgeplaatst. Eenzelfde scenario speelde zich af in de gevangenis van Andenne. De invoering van een nieuw regime weekte daar heel wat reactie los. Nadat de wandeling al een keer geblokkeerd werd, weigert enkele dagen later een groep gevangenen na de wandeling binnen te gaan. Ze eisen een collectieve overplaatsing. De interventie eenheid komt ter plaatse en drijft iedereen binnen. Een tiental gevangenen worden in isolatie geplaatst en later overgeplaatst.
The roof, the roof... - In een Audi garage in Ledeberg (Gent) wordt brand gesticht, 12 voertuigen worden vernield. In Deurne spreekt de brandweer van een accidentele brand in een hangar met luxewagens (4 voertuigen afgefikt) maar de oorzaak van de brand kan ze niet aanwijzen. Ook in Luik, Charleroi en Gent blijken verschillende voertuigen vatbaar voor vlammen.
Kalash – Bij de overval op een boot in het Albertkanaal ter hoogte van Herstal, probeert de politie tussen te komen. Dat levert een flik een kogel op in het been. In Namen willen de flikken een voertuig controleren waarop een achtervolging volgt. Op de autostrade stappen vier individuen uit, schieten richting politie en verdwijnen in de natuur.
Uitnodiging – Sinds november worden heel wat reclamepanelen in het Brusselse grondig aangepakt. Op bepaalde momenten werden tot vijftig panelen per nacht vernield. Wat de advertentiebedrijven tot 30 000 euro per nacht kostte. JC Decaux haalt nu opgelucht adem dat in februari “de situatie gekalmeerd is tot een 'normaal niveau'”. Dat klinkt als een uitnodiging om een tandje bij te steken.
Zingeving - Leven in deze maatschappij kan soms zwaar doorwegen. In die mate dat sommigen geen zin meer zien in verder te leven. Dat betekent niet noodzakelijk dat zelfmoord een zinloze daad moet zijn. Een chauffeur waagt een zelfmoordpoging (of dat is toch zijn verklaring nadien tegenover de politie) door in te rijden op een politie escorte voor het paleis van Laken. 7 politie motards moeten afgevoerd worden naar het ziekenhuis waarvan 4 zwaargewond zijn.
Ziekteverlof – Een gevangene die voor medische verzorging naar een ziekenhuis in Soignies werd overgebracht, gaat er vandoor. Enkele vrienden hadden de cipiers overmeesterd in de kamer waarna ze via een nooduitgang in stilte vertrokken waren. Maar de man moest zich enkele dagen later weer laten opnemen met hartproblemen in een ziekenhuis in Wilrijk. Na de medische behandeling zal hij terug overgebracht worden naar de gevangenis van Ittre.
The roof, the roof... - In een Audi garage in Ledeberg (Gent) wordt brand gesticht, 12 voertuigen worden vernield. In Deurne spreekt de brandweer van een accidentele brand in een hangar met luxewagens (4 voertuigen afgefikt) maar de oorzaak van de brand kan ze niet aanwijzen. Ook in Luik, Charleroi en Gent blijken verschillende voertuigen vatbaar voor vlammen.
Kalash – Bij de overval op een boot in het Albertkanaal ter hoogte van Herstal, probeert de politie tussen te komen. Dat levert een flik een kogel op in het been. In Namen willen de flikken een voertuig controleren waarop een achtervolging volgt. Op de autostrade stappen vier individuen uit, schieten richting politie en verdwijnen in de natuur.
Uitnodiging – Sinds november worden heel wat reclamepanelen in het Brusselse grondig aangepakt. Op bepaalde momenten werden tot vijftig panelen per nacht vernield. Wat de advertentiebedrijven tot 30 000 euro per nacht kostte. JC Decaux haalt nu opgelucht adem dat in februari “de situatie gekalmeerd is tot een 'normaal niveau'”. Dat klinkt als een uitnodiging om een tandje bij te steken.
Zingeving - Leven in deze maatschappij kan soms zwaar doorwegen. In die mate dat sommigen geen zin meer zien in verder te leven. Dat betekent niet noodzakelijk dat zelfmoord een zinloze daad moet zijn. Een chauffeur waagt een zelfmoordpoging (of dat is toch zijn verklaring nadien tegenover de politie) door in te rijden op een politie escorte voor het paleis van Laken. 7 politie motards moeten afgevoerd worden naar het ziekenhuis waarvan 4 zwaargewond zijn.
Ziekteverlof – Een gevangene die voor medische verzorging naar een ziekenhuis in Soignies werd overgebracht, gaat er vandoor. Enkele vrienden hadden de cipiers overmeesterd in de kamer waarna ze via een nooduitgang in stilte vertrokken waren. Maar de man moest zich enkele dagen later weer laten opnemen met hartproblemen in een ziekenhuis in Wilrijk. Na de medische behandeling zal hij terug overgebracht worden naar de gevangenis van Ittre.
Abonneren op:
Posts (Atom)
